Februari 2026
Zorg dat zonnepanelen geen vlam vatten
Waarschuwing brandweer en verzekeraars
Op ruim 35 procent van de huizen in Nederland liggen zonnepanelen. Elke installatie voegt een stukje techniek toe aan onze leefomgeving. Maar al die kabels, connectoren en omvormers stellen ons ook voor een uitdaging wat betreft brandveiligheid. En die veiligheid, zo zeggen het Verbond van Verzekeraars en de brandweer, begint bij de installateur.
Alleen een goed ontworpen en zorgvuldig aangelegde installatie blijft koel, veilig en efficiënt. En toch, terwijl het aantal pv-installaties nog altijd gestaag groeit, neemt ook het aantal incidenten toe waarbij zonnepanelen betrokken zijn. In onderzoek van het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV), Nen en TNO kwam naar voren dat in de periode november 2022 tot en met oktober 2023 ongeveer 1 procent van alle gebouwbranden gerelateerd was aan een installatie met zonnepanelen. Het leeuwendeel van die situaties ontstond niet binnen de zonnepaneleninstallatie zelf, maar werd er wel door beïnvloed. ‘Een zonnepaneel op zich is niet gevaarlijk,’ zegt Jeroen Keyser, programmamanager Veilige Energietransitie bij Brandweer Nederland. ‘Het gaat erom hoe het systeem wordt geïnstalleerd.’
Waar het misgaat
Brandweer Nederland ziet vooral problemen door installatiefouten, waaronder verkeerd gemonteerde connectoren, beschadigde kabels of bekabeling die door vochtige leidingen loopt. Soms ziet Keyser dat connectoren van verschillende merken aan elkaar worden verbonden die goed lijken te passen, maar niet geschikt zijn om met elkaar te verbinden. ‘Dat zorgt voor vlambogen of kortsluiting, en dus brand. Daarnaast constateren we dat een deel van de branden ontstaat doordat voorschriften van leveranciers worden genegeerd. Zo moet er bij sommige in-dak-systemen minstens 10 cm centimeter vrije ruimte achter de panelen zijn. Toch zien we installaties waar die ruimte minder is dan 5 cm. De warmte kan dan niet weg en dat leidt tot oververhitting.’
Daarnaast wijst hij op toegankelijkheid voor de brandweer. ‘Op platte daken wordt vaak elke vierkante meter benut, waardoor er geen looproutes overblijven. Dat maakt onderhoud lastig, maar ook onze inzet bij brand. We vragen daarom om vrije zones en om blusaansluitingen die doorlopen tot het dakniveau.’
Veilige installatie begint bij de installateur
Verzekeraars zien ook dat er bij de aanleg nogal eens wat misgaat. Richard Dekker en Rik Greveling nemen namens het Verbond van Verzekeraars deel aan verschillende commissies op het gebied van pv-installaties. ‘De grootste oorzaak van brandschade door de pv-installatie is te herleiden tot menselijk handelen,’ bevestigt Greveling, senior accountconsultant bij verzekeringsmaatschappij AXA XL. ‘Een slecht aangebrachte connector of connectoren die in water liggen, lijken kleine fouten, maar kunnen grote gevolgen hebben.’
Volgens Dekker, senior risk engineer bij MSIG Europe, is er de afgelopen jaren echter vooruitgang geboekt. ‘Op alle vlakken ontwikkelden de partijen zich. Daarnaast maakte invoering van de SCIOS Scope 12-inspectie een verschil. Onafhankelijke inspecties achteraf zorgden voor een duidelijke kwaliteitsstijging. Dat gaf ook duidelijkheid aan installateurs.’
Greveling vergelijkt het met een snelwegflitser. ‘Als je weet dat er gecontroleerd wordt, houd je je aan de regels. Dat werkt ook bij installaties en inspecties. De kwaliteit ging met de invoering van de SCIOS Scope 12 al omhoog en tijdens de inspecties worden veel risico’s die dan nog overblijven er uitgehaald.’ Toch kun je het risico nooit helemaal uitsluiten. ‘Het blijft mensenwerk,’ zegt Dekker. ‘Zolang er te weinig goed geschoolde monteurs zijn, zullen ze installaties opleveren die niet voldoen aan de norm. Daarom is vakmanschap essentieel om het proces tijdens ontwerp en aanleg nog verder te verbeteren.’
De kracht van certificering
Om dat vakmanschap beter te borgen, werkt de sector aan een nieuwe certificeringsregeling zonnestroom. ‘Die regeling wordt ontwikkeld in samenwerking met onder andere Techniek Nederland, Holland Solar, InstallQ en het Verbond van Verzekeraars’, vertelt Dekker. ‘Met deze landelijke standaard willen we voorkomen dat verschillende regelingen met elkaar concurreren en de goedkoopste wint.’
De nieuwe certificering vult de bestaande SCIOS Scope 12 aan. Waar Scope 12 ná de oplevering controleert op afwijkingen, richt de nieuwe regeling zich op het traject tot en met de oplevering. ‘Kwaliteitsborging begint bij het ontwerp,’ benadrukt Greveling. ‘Het gaat bijvoorbeeld om materiaalkeuzes voor het systeem, dak, de bevestiging, draagconstructie, vlakindeling en bekabeling. Maar vlak veilig werken op hoogte niet uit, evenmin de vraag waar je tijdens het installeren het materiaal op het dak plaatst. Alleen dan kunnen we spreken van veilig installeren,’ vult Dekker aan.
Hoewel de regeling alleen gaat over de installatie zelf, zit er wel een ‘oproep’ in om vooraf andere partijen, zoals verzekeraars, te betrekken.’ Volgens Elias van Hees van het Verbond van Verzekeraars juichen verzekeraars deze ontwikkeling toe: ‘Voor ons is het belangrijk dat er zekerheid is over de kwaliteit. Met goede certificering verleggen we de focus van herstel naar preventie in het hele proces.’
‘Grootste oorzaak brandschade door pv-installatie is menselijk handelen’
Het grijze aansprakelijkheidsgebied
Van Hees legt uit dat aansprakelijkheid bij brandschade vaak moeilijk is vast te stellen. ‘Zeker bij grote branden is het lastig om te bewijzen of het door een installatiebedrijf komt. Er moet sprake zijn van aantoonbare nalatigheid, en dat kun je na een brand meestal niet meer hardmaken. Als een installatie toch aantoonbaar niet aan de geldende normen voldoet, kan dat gevolgen hebben voor de dekking. Daarom is het in ieders belang dat er via certificering en uniforme richtlijnen duidelijkheid komt.’
Monitor meer dan de opbrengst
Veel systemen worden tegenwoordig op afstand gemonitord. Dekker: ‘Daarbij wordt gemeten of de opbrengst klopt met de verwachting. Dat zegt niet automatisch iets over veiligheid. Een installatie kan brandgevaarlijk zijn zonder dat het rendement significant afneemt. Ik heb branden gezien waarbij de monitoring signalen gaf dat er iets misging, maar niemand actie ondernam. Het systeem leverde immers nog voldoende stroom. Dat is zorgwekkend.’ Volgens Dekker kan monitoring dienst doen als veiligheidsinstrument. ‘Als een omvormer een storingsmelding geeft, moet dat direct leiden tot onderzoek en actie waar nodig. Dan kun je een incident voorkomen in plaats van achteraf constateren dat we al hadden kunnen weten wat er ging gebeuren.’
Veel mensen denken: het ligt op het dak, dus het zal wel goed zijn. Maar dat is een misvatting. Regelmatig controleren is pure winst.
Het nut van onderhoud
‘Een zonnepaneel is geen product dat je installeert en daarna met rust laat’, vindt Dekker. ‘Door zon, wind, milieu-invloeden en temperatuurveranderingen verouderen materialen. Connectoren kunnen losraken, verbindingen aangetast. Jaarlijks onderhoud is geen overbodige luxe.’ Hij pleit voor periodieke controles, afgestemd op de omgeving. ‘Een installatie aan zee of in een agressief milieu lijdt meer dan een dak in een schone omgeving. Je kunt het onderhoud en de inspecties daarop afstemmen.’ Keyser sluit zich daarbij aan: ‘Veel mensen denken: het ligt op het dak, dus het zal wel goed zijn. Maar dat is een misvatting. Kleine gebreken kunnen grote gevolgen hebben. Regelmatig controleren is pure winst.’
Brandveiligheid gaat ook over samenhang en samenwerking
Een brandveilig eindresultaat omvat meer dan de installatie. Het is een samenhang van gebruikte materialen, brandscheidingen en projectie van de zonnepanelen op een dak. Dat vraagt samenwerking tussen de disciplines. Volgens Greveling ligt daar een uitdaging. ‘De elektrotechnische en bouwkundige wereld spreken nog te weinig elkaars taal. Een architect ontwerpt een gebouw, een installateur legt de installatie aan, maar niemand kijkt integraal naar brandveiligheid. Brandveiligheid wordt in het Bbl benaderd vanuit vluchtveiligheid en het beschermen van de buurman. Schadebeperking, en ook bedrijfscontinuïteit, krijgt nauwelijks aandacht. Terwijl ondernemers en verzekeraars er alles aan gelegen is om schades en stilstand te voorkomen.’
Greveling pleit voor één duidelijke verantwoordelijke per project: ‘Iemand moet het totaaloverzicht bewaken. Anders gaat iedereen alleen over zijn eigen stukje en ontbreekt de samenhang. Brandveiligheid vraagt om integraal denken.’
‘Brandveiligheid vraagt om integraal denken’
Samen leren van incidenten
De experts zijn het over één ding eens: er wordt geleerd van elk incident én van elkaar. ‘De samenwerking tussen verzekeraars, brandweer en de installatiebranche is duidelijk aanwezig,’ zegt Dekker. ‘We delen steeds meer kennis over oorzaken, gebruikte materialen en brandgedrag. Zo brengen we het niveau gezamenlijk omhoog.’
Allen vinden de samenwerking ook belangrijker dan eventueel vingerwijzen. ‘Zolang we dit probleem samen aanpakken, blijven we vooruitgaan. Installateurs, verzekeraars, overheid en eigenaren hebben allemaal hetzelfde belang: veilige daken.’ Ook Keyser ziet verbetering: ‘De branche is lerende. We zien vaker dat installateurs hun verantwoordelijkheid nemen, zich laten scholen en fouten niet meer wegwuiven.’
Vakmanschap onder de zon
Hoewel het risico op brand relatief klein blijft, kan één incident enorme gevolgen hebben. Zowel op financieel als maatschappelijk gebied. Een belangrijke sleutel ligt volgens de deskundigen dan ook bij de installateurs en de kwaliteit die geleverd wordt. ‘Niemand wil gedoe,’ zegt Dekker. ‘Gelukkig gaat het in de meeste gevallen goed, maar we moeten blijven investeren in kennis, onderhoud en samenwerking. Want brandveiligheid begint niet bij de eerste vlam, maar bij de eerste schets.’
Tekst: Laura Timmermans Fotografie: Openingsfoto/AI-gegenereerd, VRU,
Ludo Keeris (AXA XL), Verbond van Verzekeraars, MSIG Europe, Hein Burgering