EW01 cover 600
Juni 2025

Beveilig installaties op dak tegen bliksem

Risico op grote schade groeit

56 01

Bliksem kan in een fractie van een seconde enorme schade aanrichten. Niet alleen aan de buitenkant van een gebouw, maar ook aan alle elektrische systemen die binnen draaien. ­Met de toenemende drukte op daken en gevels – denk aan zonnepanelen, warmtepompen en antennes - neemt het risico op schade als gevolg van een inslag toe.

Daken en gevels zijn in korte tijd getransformeerd tot ware ‘technologie-hubs’. De energie- en duurzaamheidsrevolutie heeft ervoor gezorgd dat zelfs de gemiddelde woning steeds vaker is uitgerust met pv-panelen, buitenunits voor warmtepompen, ventilatiebuizen en zelfs antennes voor communicatie of beveiliging. Al deze installaties hebben één ding met elkaar gemeen: ze kunnen bij onweer als bliksemaantrekpunt fungeren. De hoogte, de geleidbaarheid van het materiaal en de rechtstreekse verbinding met het elektrische systeem van het gebouw creëren een ideale route voor de enorme stroom die vrijkomt bij een inslag. Volgens de internationale bliksemnorm Nen-EN-IEC 62305 versterkt elk extra metalen object op hoogte de kans dat bliksem ‘kiest’ voor dat specifieke dak of die specifieke gevel. Niet voor niets worden installateurs steeds vaker geconfronteerd met situaties waarbij een nieuw, net geïnstalleerd pv-systeem na het eerste zomerse onweer al flink is beschadigd, of zelfs onherstelbaar defect raakt. De brand- en kortsluitingsrisico’s die hiermee gepaard gaan, zijn niet te onderschatten. Juist omdat zonnepanelen tegenwoordig in serie zijn geschakeld – met bijbehorende omvormers binnen in het gebouw – kan een blikseminslag snel overslaan naar de rest van de elektrische installatie. ‘Je moet je voorstellen dat bliksemstroom altijd de kortste weg zoekt en dat hoge, metalen of elektrisch aangesloten objecten die weg vrijmaken’, zegt Luciën Vugts, commercieel manager bij NAB Bliksembeveiliging. Vugts benadrukt dat het niet alleen om directe inslag gaat. ‘Ook indirecte inslag, oftewel stroompieken op het net door onweer in de buurt, kan veel schade veroorzaken.’

‘Blikseminslag kan snel overslaan naar de rest van de elektrische installatie’

Technische oorzaken

Er zijn drie hoofdoorzaken voor de verhoogde kans op blikseminslag door pv-panelen, warmtepomp-units en luchtbehandelingskasten. De eerste is de simpele natuurkundige wet van hoogte: hoe hoger het object, hoe groter de kans op directe inslag. Een gebouw dat al wat uitsteekt, krijgt er met een extra constructie bovenop nog wat meters bij, waardoor het ‘interessanter’ wordt voor een ontlading. De tweede factor is geleidbaarheid. Metalen, zoals aluminium frames of stalen draagconstructies, vormen uitmuntende geleiders. Wanneer zich in de atmosfeer een elektrisch potentiaalverschil opbouwt tussen wolk en aarde, zal de bliksem gemakkelijker die geleidende route volgen dan wanneer er alleen beton of isolatiemateriaal aanwezig is. Een derde cruciaal aspect is de koppeling met het elektriciteitsnet. ‘Een zonnepaneel dat met een omvormer in het gebouw is verbonden, is feitelijk een open deur voor overspanningen’, aldus Vugts. Maar naast pv-systemen zijn volgens hem ook warmtepompen, luchtbehandelingskasten (LBK’s) en beveiligingscamera’s (hoog aan de gevel) niet vrij van risico. ‘Buitenunits van warmtepompen kunnen via de koelvloeistofleiding en elektrische bekabeling in contact staan met binnenunits, waardoor bij een inslag niet alleen de buitenunit verwoest kan raken, maar ook printplaten, sensoren en motoren binnen in het gebouw. Luchtbehandelingskasten en hun metalen kanalen zijn juist door hun omvang en het gebruik van metalen behuizingen extra gevoelig. Terwijl antennes en beveiligingscamera’s vaak aan de hoogste punten van een gebouw zijn bevestigd en zo een nóg directere route vormen voor de bliksemstroom.

56 02De werkzaamheden van NAB Bliksembeveiliging bij het depot Boymans bestonden uit het leveren en aanbrengen van de aardings- en bliksembeveiligingsinstallatie alsmede de interne potentiaalvereffeningsinstallatie.

Gecombineerde aanpak

Om deze risico’s te beperken, zetten installateurs en gebouweigenaren steeds vaker in op een gecombineerde aanpak van beveiliging buiten en binnen. Buiten zorgt een goed ontworpen bliksemafleider ervoor dat de elektrische lading veilig naar de grond wordt geleid. Op het oog is dit een simpele lange metalen staaf op het dak, maar in de praktijk is het veelal een complex systeem van afleiders, geleiders en aardingspunten. Soms wordt een Faraday-kooi toegepast, waarbij de metalen buitenschil het hele gebouw omsluit. ‘In veel gevallen maakt Vugts gebruik van speciale bliksemopvangers, zodat een inslag niet direct op de pv-panelen terechtkomt. Voor de binnenkant van het gebouw noemt hij overspanningsbeveiligingen (SPD’s) tegenwoordig onmisbaar. Deze kleine, maar essentiële componenten worden onder andere in de meterkast en verdeelborden geplaatst en kunnen bij een spanningspiek razendsnel de overtollige lading afvoeren naar aarde. Vugts: ‘Een goede overspanningsbeveiliging is vaak de laatste verdedigingslinie. Als die ontbreekt, kan een bliksemstroom zich als een soort olievlek verspreiden via de elektrische infrastructuur en allerlei apparatuur in het gebouw en deze onherstelbaar beschadigen.’ Ook het aarden van metalen leidingen en kabelgoten is cruciaal. Het betekent dat, mocht de bliksem via regenafvoeren, ventilatiekanalen of andere metalen onderdelen binnenkomen, de stroom direct naar het aardpunt kan worden geleid.’

Voldoende gedimensioneerde elektrische ­infrastructuur

In nieuwbouwprojecten wordt deze integrale bliksembeveiliging steeds vaker in de ontwerpfase meegenomen. Daardoor is het relatief eenvoudig om kabelroutes, overspanningsbeveiliging, aardingssystemen en bliksemafleiders netjes te integreren zonder ingrijpende aanpassingen achteraf. Bij bestaande gebouwen moeten achteraf aanpassingen worden gedaan om de installaties veilig te stellen. Dat is kostbaarder, ingewikkelder en minder fraai. Zo moet er worden gekeken of de bestaande elektrische infrastructuur voldoende is gedimensioneerd om extra aardingspunten en overspanningsmodules te plaatsen. Toch is het volgens Vugts in principe niet anders dan bij elke andere vorm van installatietechniek: opvolgen van de normen, goed nadenken over de kabeltracés, en zorgen voor voldoende aardingscapaciteit. ‘In de basis gelden dezelfde normen als bij nieuwbouw. Alleen bij renovatie loop je tegen bestaande constructies aan, terwijl je in nieuwbouw van nul begint en alles logisch kunt inplannen. Ook in een woonblok uit de jaren zeventig kun je als installateur prima een betrouwbaar bliksembeveiligingssysteem inbouwen. Maar renovatieprojecten vragen wel om maatwerk.’

56 04Deze luchtbehandelings­kast op het dak van ETZ Elisabeth Tilburg is beveiligd tegen een directe blikseminslag met vrijstaande opvangers.

APK-keuring voor je bliksembeveiliging

Een van de belangrijkste oorzaken van falende systemen is het ontbreken van regelmatig onderhoud. Veel installatiebedrijven plaatsen in eerste instantie wel de juiste overspanningsmodules en aarding, maar houden vervolgens geen rekening met degradatie door slijtage of vervuiling die de jaren daarna kan optreden. Regenpijpen kunnen roesten, kabels kunnen beschadigen door weersinvloeden, en een overspanningsbeveiliging heeft een bepaalde levensduur – zeker wanneer er al een paar stevige onweren overheen zijn gegaan. Vugts erkent dat regelmatige controle geen luxe is. ‘Wij adviseren om eens in de twee tot drie jaar een volledige check te doen van het systeem. Zie het als een APK-keuring voor je bliksembeveiliging. Vooral bedrijven met kostbare elektronica, zoals datacenters of hightech productieomgevingen, nemen deze tip ter harte.’ Een ander aandachtspunt is de bewustwording bij gebouweigenaren en beheerders. De kosten van herstel bij een inslag en het risico van brand of zelfs persoonlijk letsel wegen meestal niet op tegen de relatief beperkte investering in een degelijk beveiligingssysteem. Bovendien zijn er wettelijke kaders die, met name bij utiliteitsgebouwen, een gedegen risicoanalyse vereisen. Denk aan de Nen 1010 voor elektrische installaties, of de eerdergenoemde Nen-EN-IEC 62305 voor bliksembeveiliging. Als bij een incident blijkt dat deze normen niet zijn nageleefd, kan de eigenaar aansprakelijk worden gesteld voor gevolgschade.’

Elk nieuw object op het dak is een potentiële bliksemmagneet

Solide bliksemplan

Gezien de klimaatverandering waardoor we extremere weersomstandigheden kunnen verwachten, zal het risico op hevige onweersbuien in de toekomst eerder toenemen dan afnemen. Tegelijkertijd nemen we met elkaar meer en meer elektrische en digitale systemen in gebruik. Van elektrische laadpunten voor auto’s aan de gevel tot geavanceerde luchtbehandelingssystemen op het dak: elk nieuw object is een potentiële bliksemmagneet en kan bovendien overspanningen doorgeven naar kritieke apparatuur binnen het gebouw. Bliksembeveiliging moet worden gezien als een integraal onderdeel van het technisch ontwerp en het beheerplan. Installateurs hebben hier volgens Vugts een sleutelrol. ‘Zij moeten de urgentie benadrukken richting gebouweigenaren, zowel op het gebied van wettelijke verplichtingen als de pure risico’s. Daarom is het ook voor installateurs zaak om op de hoogte te blijven van de nieuwste normen en technieken. Hoewel pv-panelen, buitenunits en andere geavanceerde systemen inmiddels standaardwerk zijn, vraagt de bescherming ervan tegen onweer om gespecialiseerde kennis. Daarvoor kunnen installateurs gespecialiseerde cursussen en trainingen volgen over bliksem- en overspanningsbeveiliging. Dan kunnen zij hun klanten ook een solide bliksemplan aanbieden.’

Wettelijk kader

Het Bbl regelt in Nederland de minimale eisen voor veiligheid en gezondheid van gebouwen, maar spreekt niet expliciet over bliksembeveiliging. Op indirecte wijze vallen veel aspecten – zoals brandveiligheid en elektrische installaties – wel onder dit besluit. Nen 1010 is de Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties in gebouwen en behandelt onder andere hoe installateurs moeten omgaan met aarding en overspanningsbeveiliging. Voor bliksembeveiliging bestaat er een aparte (Europese) reeks normen, Nen-EN-IEC 62305, die specifiek ingaat op externe en interne bescherming, risicoberekeningen en ontwerprichtlijnen. De mate waarin deze normen wettelijk verplicht zijn, hangt af van het gebruiksdoel van het gebouw, de hoogte en de kans op inslag. Bij kritische infrastructuur, zoals ziekenhuizen, telecomgebouwen of datacenters, is een volledige bliksembeveiligingsinstallatie doorgaans een harde eis. Bij een standaardkantoorgebouw is het soms een grijs gebied, afhankelijk van de uitkomst van een risicoanalyse.

Tekst: Kerstin van Tiggelen
Fotografie: NAB Bliksembeveiliging

Lees meer artikelen in het dossier Beveiliging