EW04 omslag 600
Juni 2024

Groothandel verzorgt ­projectlogistiek

‘Áls we iets kunnen prefabben, laat ons dat vooral doen’

26 01

De installatiemarkt verandert in rap tempo. En daarmee ook de rol van verschillende partijen binnen de branche. Voor technische groothandels is dit niet anders. ­Om aan de wensen van installateurs te blijven voldoen, hebben zij hun aanbod de laatste jaren uitgebreid met steeds meer prefab installaties. Welk soort installaties of systemen kunnen zij wel en welke niet prefabben? Wat komt hier allemaal bij kijken? En welke voordelen levert dit op voor installateurs?

Van voorgemonteerde funderingsbeugels tot complete skids. Ook bij groothandel Rensa heeft prefabricage de afgelopen jaren een steeds grotere rol gekregen. Acht jaar geleden riep het familiebedrijf hiervoor de afdeling Prefab & Projectlogistiek in het leven. ‘De core business van Rensa blijft de handel in installatiematerialen’, vertelt Luc Peelen, hoofd van deze afdeling. ‘Maar in de markt gebeurt veel. We hebben een tekort aan vakmensen, terwijl de vraag hiernaar juist alleen maar groter is geworden. Als groothandel zeggen wij daarom tegen installateurs: áls we iets kunnen prefabben, laat ons dat dan vooral doen.’

Van pilotproject tot complete prefab-afdeling

Meedenken met de installateur om hem tijd te besparen deden Rensa en zusterbedrijf Gévier al veel langer, zo vervolgt Peelen, maar dan in de vorm van logistiek maatwerk. ‘Denk bijvoorbeeld aan repeterende woningbouw, waarbij een installateur voor iedere woning een badkamer verzorgt. Wij clusteren dan de materialen voor één badkamer, indien gewenst op een rollend onderstel. Zo hoeft de installateur niet eerst de materialen bij elkaar te zoeken. Dit leidde tot de vervolgvraag: als jullie dit toch al netjes per woning aanleveren, kunnen jullie dan ook alvast wat materialen in elkaar zetten? Dat begon met simpele basiswerkzaamheden, herinnert Peelen zich. ‘Een zitting op het closet of een kraantje op de wastafel. Van daaruit is de afdeling, inmiddels zes jaar later, uitgegroeid tot een volwaardige prefab-afdeling van 1800 m2 waar tien mensen werken.’
Een soortgelijk verhaal vertelt Edwin van den Boogaard van groothandel Wasco. Als Adviseur Value Added Services houdt ook hij zich bezig met prefab en bouwlogistiek. ‘Al onze opdrachtgevers hebben te maken met het tekort aan – met name goedgeschoolde – ‘handjes’. We vroegen onszelf af wat wij konden doen om ze daarbij te helpen. Zo is vijf jaar geleden onze prefab-dienstverlening ontstaan. Natuurlijk wisten we niet direct hoe we dit moesten aanvliegen. We begonnen daarom met een relatief klein pilotproject, waarbij we veel hebben gehad aan de betrokkenheid en feedback van de opdrachtgever. Inmiddels hebben we een prefab-afdeling bestaande uit vijf medewerkers. Zij voeren de meest uiteenlopende projecten uit; van woningbouw tot utiliteit, van nieuwbouw tot renovatie en voor zowel grote bedrijven als mkb’ers.’

26 02Prefabtekening voor de installatie van luchtverdeelboxen die Rensa heeft gemaakt op basis van een door de klant aangeleverd 3D Revit-model van een eerste verdieping van een appartementengebouw.

Meer sanitair dan installaties

Voor zowel Rensa als Wasco begon het balletje op dezelfde manier te rollen. Bij het afstemmen van hun logistieke dienstverlening op de wensen van de opdrachtgever, kwam ook prefabricage steeds meer om de hoek kijken. Voor beide bedrijven begon dat in de sanitaire hoek. ‘Zeker in het begin is de vraag: waar is het afbreukrisico het kleinst?’ verklaart Peelen. ‘Dat zijn al snel de materialen die je vóór de wand plaatst. Voor sanitaire materialen was dit vrij makkelijk op te zetten. Tegelijkertijd hadden we hiermee wel direct een grote markt te pakken. In ieder gebouw hangt tenslotte wel sanitair. Inmiddels vragen klanten met een aanvraag voor sanitairmaterialen bijna altijd zelf al om een aparte offerte voor prefab.’ Van den Boogaard van Wasco herkent dat. ‘We merken dat klanten het soms nog spannend vinden om dit uit te besteden. Met sanitair gebeurt dat al een stuk makkelijker, omdat er op dat gebied al veel spelers zijn die dit aanbieden.’
Langzaam is echter ook een verschuiving gaande richting de installatiekant, vertelt Robin Waarsenburg, Business Unit Manager Duurzaam bij Wasco. ‘Ventilatieboxen met de slangen er al aan vast, binnenunits in dakkappen; dat soort oplossingen maken we ook. Wel is prefabben aan de W-kant over het algemeen complexer dan bij sanitair. De aanvragen zijn projectspecifieker en er geldt strengere wet- en regelgeving. Bovendien moet je je afvragen of je de geprefabte materialen nog veilig op locatie kan krijgen. Zijn er bijvoorbeeld bepaalde verbindingen waar propaan doorheen moet, dan moeten deze natuurlijk wel goed blijven. We vragen daarom altijd aan onze technisch adviseurs om mee te denken over het ontwerp en transport.’ Daar voegt Van den Boogaard nog aan toe dat Wasco in de toekomst mogelijk ook prefab-oplossingen aan de E-kant kan aanbieden, nu het bedrijf sinds een jaar is overgenomen door de elektrotechnische groothandel Rexel.

‘Van kraantje op de wasbak naar prefab-afdeling van 1800 m2

Van klantvraag tot prototype

De prefab-combinaties waar de groothandel mee aan de slag gaat, zijn vooral afhankelijk van de klantvraag. ‘Als een klant bij Rensa binnenkomt, doorlopen we het project van A tot Z’, licht Peelen toe. ‘Wat ga je doen, wanneer ga je het doen en hoe ga je het doen? En wat kunnen wij daaraan bijdragen? Dat laatste verschilt echt per klantvraag, maar het resulteert op de bouwplaats hoe dan ook altijd in snelheid en ook voorspelbaarheid; je hoeft geen zaken ter plekke op te lossen. Voor ons ontstaat op deze manier vanzelf een soort catalogus van projecten die we hebben uitgevoerd en mogelijk ook interessant kunnen zijn voor andere klanten.’
Ook bij Wasco komt prefab al vroeg ter sprake. ‘Als een klant materialen aanvraagt voor een project, komen wij al in beeld’, vertelt Van den Boogaard. ‘Wij kijken dan waar prefab een toevoeging kan zijn. Als de klant dit ook wil, ontvangt hij vervolgens twee offertes: één voor de materialen en één voor de dienstverlening.’ Vervolgens gaat Wasco aan de slag. Waarsenburg schetst: ‘We kijken eerst wat we nodig hebben en of we de verschillende componenten ook inderdaad met elkaar kunnen combineren. In het geval van installaties maken we dan een tekening, waarbij we ook rekening houden met service en onderhoud. Op basis daarvan maken we een prototype en een duidelijke werkbeschrijving voor onze collega’s. Het prototype leggen we voor aan de klant. Als hij akkoord is, dan kunnen we opschalen.’

Nee durven zeggen

Is iedere klantvraag ook haalbaar? Van den Boogaard zegt  op voorhand in elk geval nooit nee. ‘We kijken altijd of het kan, of we de kwaliteit kunnen waarborgen en ook of er voldoende markt voor is. Maar soms moet je ook nee durven zeggen. Dan leggen we altijd uit waarom we de voorkeur aangeven aan een andere oplossing.’ Hetzelfde geldt voor Rensa. De groothandel produceert over het algemeen op basis van de klantvraag, maar behoedt klanten soms wel voor bijvoorbeeld combinaties waarvan zij uit ervaring weet dat ze niet goed werken. ‘Dat kan technische, maar ook financiële redenen hebben’, vertelt Peelen. ‘Qua materiaal kan iets prijstechnisch de juiste keuze zijn, maar als de montage gigantisch in de uren loopt, kan de totaalprijs onder de streep alsnog veel hoger uitpakken.’

‘Prefabben aan de W-kant over het algemeen complexer dan bij sanitair’

Standaardisatie

Waar beide groothandels zoveel mogelijk maatwerk willen leveren, blijft standaardisatie een belangrijke voorwaarde voor prefab. ‘Soms passen we een skid toe en denken we dat deze voor meer projecten geschikt is. Maar in het volgende project is de ruimte dan weer net anders, waardoor we de skid alsnog iets moeten aanpassen’, noemt Peelen als voorbeeld. ‘Als we 80 procent kunnen standaardiseren, is dat al mooi. Die overige 20 procent kunnen we aanpassen op de situatie, om zo toch maatwerk te leveren. Zo geven we klanten ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld zelf de keuze voor een bepaald merk te maken.’
Waarsenburg merkt tot slot op dat standaardisatie bij sanitaire oplossingen makkelijker is dan bij installaties. ‘Uit de praktijk blijkt wel dat prefab over het algemeen rendabel wordt vanaf vijftien woningen. Dat aantal hebben we nodig om de werkwijze te optimaliseren en de snelheid erin te krijgen.’

26 05

Luchtverdeelboxen op maat

De prefab-dienstverlening van groothandels is veel meer dan enkel het voormonteren van materialen. Luc Peelen van Rensa laat dat zien aan de hand van een voorbeeld met luchtverdeelboxen. ‘De klant levert hier een 3D Revit-model van het gebouw aan. Zelf hebben wij een dienst ontwikkeld ­waarmee we vanuit dat model gemakkelijk prefab-tekeningen kunnen ­genereren. Van daaruit genereren we weer materiaallijsten en zaaglijsten en kunnen we aan de slag. Op onze eigen locatie regelen we de boxen ook al ­helemaal in. Met een configurator – in dit geval van Ubbink – calculeren we hoeveel lucht iedere ruimte nodig heeft. Deze geeft dan aan hoeveel ringen we uit de betreffende aansluiting moeten wegsnijden om de benodigde weerstand te creëren.’
‘Tegenwoordig gaan we zelfs zo ver’, vervolgt hij, ‘dat we ook de mondjes waar de ventilatieventielen in komen al op maat maken en aanleveren bij de betonleverancier. Op basis van de 3D-modellen kan de betonleverancier deze al op de juiste manier in de vloeren plaatsen. Normaal gesproken moet de installateur hiervoor een sparing maken in de vloer. Die is altijd groter dan wat erin moet en moet hij daarom ook weer aansmeren. Door hier vooraf al goed over na te denken en een oplossing als deze te verzinnen, bespaar je dus enorm veel tijd en mankracht op de bouwplaats.’

Tekst: Lars van Mil
Fotografie: Rensa

Lees meer artikelen in het dossier Ventilatie