November/December 2025
Het belang en de waarde van het GASTEC QA-keurmerk
Techniek
Comfort komt niet alleen uit elektronen. Duurzame moleculen vullen de warmtevraag aan, of het nu biogas uit vergisters is of waterstof uit elektrolysers. Achter de schermen bewaakt het GASTEC QA‑keurmerk dat leidingen, koppelingen en regel-organen veilig blijven functioneren in deze steeds veranderende mix. Als lid van het College van Deskundigen draagt Techniek Nederland bij aan het ontzorgen van installatiebedrijven.
Het GASTEC QA-keurmerk is de opvolger van het GIVEG-keurmerk dat in 1952 is opgericht. Voor het uitvoeren van de testen volgens de GASTEC QA-keuringseisen beschikt Kiwa over een testlaboratorium in Apeldoorn.
Afhankelijk van het type product en materiaal, ondergaan de producten hier allerlei testen. Hierbij kun je denken aan een thermische test met cyclussen tussen min twintig en plus zeventig graden, gevolgd door mechanische belastingen, verouderingsproeven en chemische stresstests. De keuringseisen en de daarbijbehorende productnormen beschrijven hoe deze testen worden uitgevoerd en onder welke condities. Het keurmerk is uitgegroeid tot een ijkpunt waarop fabrikanten, netbeheerders en installateurs hun materiaalkeuzes afstemmen, zodat de energietransitie niet alleen emissiearm maar ook bedrijfszeker verloopt. Sterker nog: GASTEC QA groeide uit tot exportpaspoort, want netbeheerders in België en Duitsland schrijven de QA‑code standaard voor in hun aanbestedingen. Zo beschikken Nederlandse fabrikanten met één certificaat over toegang tot meerdere markten. Voor installateurs betekent het vooral tijdwinst en risicoreductie; ze hoeven geen eigen materiaalanalyses te doen.
Keurmerk is ijkpunt waarop fabrikanten, netbeheerders en installateurs hun materiaalkeuzes afstemmen
College van Deskundigen
Het College van Deskundigen GASTEC QA is het scharnierpunt tussen laboratorium en praktijk. In dit college zitten fabrikanten, netbeheerders en technische groothandels. Namens Techniek Nederland zat Maurice Roovers de afgelopen jaren in het college. (Hij wordt binnenkort opgevolgd door Marcel Bruggeman, zie kader). Vakspecialist techniek Roovers vertelt hoe hij als vertegenwoordiger van de brancheorganisatie de stem van de 5.000 aangesloten installateurs laat doorklinken. ‘Als brancheorganisatie brengen we de dagelijkse werkvloerervaring – denk aan montagegemak, voorraadbeheer en aansprakelijkheidsrisico’s – rechtstreeks in bij de revisierondes van circa vijftig keuringseisen (KE). Omdat elke KE volgens een 5-jaarlijkse cyclus wordt herijkt, voorkomt deze inbreng dat keureisen achterlopen op bouwpraktijk en energietransitie. Voor installatiebedrijven heeft dit twee tastbare voordelen. Allereerst een waardevolle ontzorging in bestekken. Techniek Nederland verwerkt namelijk elke wijziging direct in modelbestekteksten en kennisdatabases, waardoor installateurs volstaan met de verwijzing ‘volgens GASTEC QA‑KE xx’ in plaats van eigen materiaalrapportages. Daarnaast is er de belangrijke vroegsignalering van markttrends: via nieuwsbrieven en toolboxmeetings delen we concepteisen zoals de nieuwe module voor QR‑traceerbaarheid of de strengere trekproef voor biogasbestendige afdichtingen. Bedrijven kunnen daarmee hun inkoopstrategie tijdig aanpassen en dure restpartijen voorkomen.’
Testopstelling voor het testen van rubber materialen.
Hybride warmtepompen
Goed dus dat er een keurmerk is, maar er zijn ook bedrijven die zich afvragen waarom ze nog zouden investeren in gas als ‘all-electric’ de toekomst lijkt. Het antwoord ligt volgens Roovers in de fysica én in de infrastructuur. Op een decemberavond met strenge vorst vereist de warmtevraag in Nederland een piek van vijf keer de normale elektriciteitsvraag. Als die efficiënt wordt opgewekt dan is dat meer dan het dubbele van wat het huidige net betrouwbaar kan leveren. Opschalen naar een volledig elektrische warmtevoorziening zou een verdubbeling van het hoog- en middenspanningsnet vergen, plus een forse uitbreiding van de buffercapaciteit. Want warmtevraag komt juist op momenten dat zon- en windopbrengst laag zijn. Daar komt bij dat een aanzienlijk deel van die extra elektriciteit voorlopig uit gasgestookte centrales komt. Een moderne STEG-centrale haalt in theorie 58 procent rendement, maar in de praktijk daalt de totale efficiëntie naar 40 procent wanneer transport- en conversieverliezen worden meegeteld. Roovers: ‘Zet je die elektriciteit om in warmte via een lucht-waterwarmtepomp die een hoge temperatuur moet leveren, dan ben je slechter af dan met een cv-ketel op hetzelfde gas. Dat is de reden dat een groeiend deel van de woningeigenaren bij vervanging van de aloude ketel overstapt op de hybride warmtepomp. ‘Een hybride systeem benut de warmtepomp met een COP van 3 tot 5 wanneer buitenlucht beschikbaar is, en schakelt de ketel pas in wanneer de COP richting 2 daalt. Dat betekent dat een buitenunit tachtig tot negentig procent van het jaar de baseload levert. De ernaast geplaatste hoogrendementsketel springt alleen bij op de écht koude dagen.’
Gaszijde van de installatie moet nog tientallen jaren veilig en betrouwbaar blijven
QA-keurmerk blijft relevant
In het Demonstratieproject Hybride Warmtepompen, uitgevoerd in 174 doorzonwoningen uit de jaren zestig en zeventig in Heerenveen en Apeldoorn, bleek dat het gemiddelde aardgasverbruik met 75 procent daalde en dat bewoners circa 1.000 euro per jaar bespaarden, zónder de noodzaak de bestaande 3 x 25A-aansluiting te verzwaren. Rekenmodellen van TNO tonen dat een grootschalige hybride-uitrol de piekbelasting met zo’n 15 GW kan afvlakken, gelijk aan het vermogen van tien grote centrales. Voor installateurs betekent dit dat de gaszijde van de installatie nog tientallen jaren veilig en betrouwbaar moet blijven. Drukregelaars voor ketel-warmtepompcombinaties moeten daarom niet alleen worden getest op lekdichtheid maar ook op modulatiestabiliteit bij extreem lage branderlast, en op thermische vermoeiing door snelle schakels tussen compressor en brander. Wie vandaag een QA‑gecertificeerde hybride set installeert, bouwt dus niet aan het verleden, maar aan een energiehuishouding die realistisch is over netcapaciteit, grondstofschaarste en comfortzekerheid. En méér: want het houdt de mogelijkheid open dat de installatie morgen op biogas draait en overmorgen op een waterstofblend.
Onder de klep van de langeduur-testen waar producten worden aangesloten op de testapparatuur en in een bad met water van een bepaalde temperatuur worden gehangen, bijv. 60 graden voor 1000h.
Wettelijke bijmengplicht
Vanaf 2027 geldt een wettelijke bijmengplicht voor groen gas, nadat het is gezuiverd en ontdaan van CO2. De QA‑keuringseisen spelen hierop in met duizend‑uurstesten voor elastomeren in een vochtige, zwavelrijke atmosfeer. Alleen ringen die na afloop nog minimaal de helft van hun treksterkte bezitten, halen het certificaat. Polyethyleenleidingen krijgen een nieuwe diffusietest om het sorptiegedrag bij hogere CO2‑gehaltes te beoordelen. Voor installateurs fungeert het keurmerk op die manier als zekerheid dat een koppeling bestand is tegen toekomstige gasmengsels.
De introductie van waterstof in distributienetten zal volgens Roovers de meest ingrijpende stap worden binnen de gastransitie. Die zal zich volgens hem vrijwel volledig richten op de bestaande bouw. ‘Want negentig procent van de gebouwenvoorraad in 2050 – het jaar dat de CO2-uitstoot naar nul moet – staat er op dit moment al. Strengere eisen aan de nieuwbouw – hoe belangrijk ook – zijn dan onvoldoende om de de nationale CO2‑opgave te beïnvloeden. De verduurzaming – en dus de focus voor installateurs – ligt in de miljoenen meters leidingwerk die vandaag al achter voordeuren en in kruipruimtes liggen.’
Om juist díe infrastructuur toekomstvast te maken, hanteert GASTEC QA de keuringseis KE 214. Een wat je zou kunnen noemen: ‘no‑regretlabel’. Roovers: ‘Dat betekent dat je als installateur geen spijt zult krijgen van de gebruikte materialen als er in de toekomst een ander gas dan aardgas door de leidingen stroomt, bijvoorbeeld biogas of waterstof. De componenten doorlopen drukcycli tot dertig bar, lekdetectie bij honderd pascal en een verouderingsproef in droog én vochtig H₂. Messinglegeringen worden beproefd op verknapping, elastomeren op permeatie en knikhardheid. Wie nu bij renovatie KE 214‑gecertificeerde leidingen, koppelingen en appendages toepast, voorkomt dat muren over tien jaar opnieuw opengebroken moeten worden wanneer een wijk overstapt op waterstof.’
Internationale versnelling
Het Verenigd Koninkrijk gebruikt KE 214‑geteste componenten in de HyDeploy‑pilot, waar sinds 2021 een twintig‑procent‑blend door bestaande leidingen stroomt. Duitsland koppelt ‘H₂‑ready’-apparatuur aan fiscale stimulansen in de 65 Prozent‑Erneuerbare Heizungsregel en netbeheerders als Thüga standaardiseren op QA‑gecertificeerde afsluiters. België volgt met Fluxys bij de ombouw van de Zeebrugge‑Gent‑as. Deze kruisbestuiving versnelt marktacceptatie en geeft Nederlandse installateurs volgens Roovers exportvoordeel: ‘Hun ervaring met QA‑componenten is direct inzetbaar over de grens.’
Waterstof is overigens in eerste instantie bedoeld om piekbelasting op te vangen die elektrificatie niet kan leveren. Gasunie berekende dat een wijk van tweeduizend woningen circa 3 MW vraagt bij −10 °C. Volledig elektrische dekking vereist een nieuw middenspanningsstation van 10 MVA plus seizoensopslag. Met een waterstofnet volstaat de bestaande gasinfra, aangevuld met zomerse elektrolyse en ondergrondse opslag.
In de Power‑to‑Gas‑proeftuin in Rozenburg bijvoorbeeld, verwarmt netbeheerder Stedin sinds 2023 25 portiekwoningen met honderd procent lokaal geproduceerde waterstof via het bestaande distributienet; de ombouw beperkte zich tot het vervangen van binnentoestellen en het plaatsen van KE 214‑gecertificeerde koppelingen, zonder hak‑ en breekwerk.
Naast veiligheid staat circulariteit steeds vaker op de QA-agenda. Hergebruik van materialen vraagt dat restpartijen traceerbaar zijn en hun resterende levensduur aantoonbaar blijft. Een aanvullende module legt daarom reinigings-, herkeur- en batchregistratie-eisen vast.
Marcel Bruggeman neemt stokje over van Maurice Roovers
De energietransitie schudt de kaarten, maar gas verdwijnt niet’, zegt Maurice Roovers (rechts) die Techniek Nederland de laatste jaren vertegenwoordigde in het College van Deskundigen GASTEC QA. Marcel Bruggeman, inspecteur bij technisch dienstverlener bij Unica, gaat zijn rol nu overnemen. Bruggeman: ‘Er komen andere gassen, maar ook biologisch methaan, synthetische e-fuel en waterstof vragen allemaal om leidingen en koppelingen die bewezen veilig blijven. Het Gastec QA-keurmerk blijft daarom het gereedschap waarmee we met elkaar aan de toekomst van de installatiesector bouwen.’