Juli/Augustus 2024
Hoge verwachtingen van kleinschalige warmtenetten
Linthorst ziet grote kansen in gestapelde bouw
Al jaren proberen beleidsmakers, corporaties en de installatiesector haast te maken met het gasloos maken van de bestaande woningvoorraad. In de gestapelde bouw zou dat kunnen met kleinschalige warmtenetten. Hoewel er talloze projecten worden uitgevoerd die als voorbeeld kunnen dienen, is er ondanks een keur van concepten en strategieën nog niet echt sprake van ‘flink doorpakken’. Installatiebedrijf en warmteleverancier Linthorst ziet genoeg kansen en wil meters maken.
Er zijn zeker al interessante projecten gerealiseerd om bestaande bouw gasloos te maken die navolging verdienen. Ook in de gestapelde bouw, een segment dat door corporaties en alles wat daar aan stakeholders omheen hangt als lastig wordt aangemerkt. Vooral als de plannen uitgaan van aansluiting op een warmtenet. De situatie die dit voorjaar in Amsterdam is ontstaan, waarbij de corporaties bij wijze van protest besloten geen huizen meer aan te sluiten op het net van Vattenfall vanwege een forse tariefsverhoging, helpt daarbij niet. Maar het zou zonde zijn als corporaties zich door dergelijke ervaringen zouden laten afschrikken, vindt Gertjan Linthorst, directeur van Installatiebedrijf en warmteleverancier Linthorst. ‘Want juist in de gestapelde bouw kunnen meters worden gemaakt.’
Ervaring
Linthorst heeft al behoorlijk wat ervaring met kleinschalige warmtenetten. Zo realiseerde het in 2022 een kleinschalig warmtenet voor het seniorencomplex ‘t Heycop in Breukelen. Het complex bestaat uit 114 appartementen van circa 50 m2 met daarnaast enkele ruimten voor zorginstellingen. Via een warmtenetverbinding is ook de naastgelegen zorginstelling De Aa gekoppeld. Er is gekozen voor warmte uit de bodem middels wko in combinatie met een warmtepomp in één technisch ruimte. Daarmee werd de omvang van het project met tachtig wooneenheden groter, waardoor de business case veel gunstiger uitpakte. Door het gebruik van de wko kwam ook gratis koeling voor de woningen beschikbaar. Omdat het bestaande leidingwerk sterk verouderd was en vervangen moest worden en tevens gratis koude vanuit de wko beschikbaar kwam, is ook gekozen voor het koelen van de woningen. Door de hoge aanvoertemperaturen hadden de bestaande radiatoren in principe gehandhaafd kunnen blijven, maar door de keuze om ook koeling toe te passen, zijn de radiatoren vervangen door (hybride) convectoren die zowel kunnen verwarmen als koelen. Het volledige systeem heeft voldoende capaciteit om er in de toekomst nog extra woningen op aan te sluiten.
De leidingen waarmee het warmtenet van seniorencomplex ’t Heycop in Breukelen is verbonden met de ernaast gelegen zorginstelling.
Lange adem
Dergelijke verduurzamingsprojecten vereisen doorgaans een lange adem, erkent Linthorst. Maar dat daarna een mooi resultaat lonkt, toont bijvoorbeeld een casus in Leiden aan. In die stad heeft wooncorporatie Ons Doel samen met Linthorst het Warmtenet Jacques Urlusplantsoen gerealiseerd. Een ingewikkeld traject wat betreft besluitvorming, omdat er vier partijen waaronder twee VvE’s bij betrokken waren. Het betreft een wijkje uit de jaren 60 met vijfhonderd wooneenheden verdeeld over twee flats, een zorgcomplex en aanleunwoningen. Linthorst: ‘De eenheden hadden energielabel C. De warmteberekeningen die we maakten wezen uit dat bouwkundige aanpassingen niet nodig waren en ook het afgiftesysteem in de appartementen kon worden gehandhaafd door toepassing van een ht-warmtepomp met buffer. Maar zelfs wanneer de woningen een D-label of misschien een E-label zouden hebben, hadden we met dit installatieconcept en handhaving van het afgiftesysteem uit de voeten gekund. Er gaan zulke hoge temperaturen naar binnen dat geen booster nodig is en comfort is verzekerd.’
Linthorst is in Leiden tevens warmteleverancier. De warmte (12.500 GJ) wordt geproduceerd door een 1,3 MW ht-water/waterwarmtepomp met bodembron. De warmtepomp maakt warm water van 85 ⁰C en heeft een COP van 3 (inclusief warmteverlies van het warmtenet). Het warmtenet beschikt over een 200 m3 thermische buffer, een ingegraven stalen tank. Dagelijks wordt op de economisch gunstigste momenten op basis van APEX-elektra-inkoopprijzen warm water geproduceerd. De buffer is voldoende om in tussen- en zomerseizoen in anderhalf uur aan de warmtevraag te voldoen en genoeg om een à twee dagen te overbruggen.
‘Grote appartementen-complexen bij uitstek geschikt voor klein warmtenet’
Kralen rijgen
Het Leidse verduurzamingsproject zou volgens Linthorst bijna gekopieerd kunnen worden naar vergelijkbare hoogbouw. ‘Steeds wanneer ik de Utrechtse wijk Overvecht passeer, denk ik: wat hangt het fruit hier laag. Grote appartementencomplexen die nog worden gevoed met een centrale installatie zijn bij uitstek geschikt voor een klein warmtenet.’ Installatiebedrijf Linthorst is op dit moment in het kader van Programma Aardgasloze Wijken (PAW) ook in Apeldoorn aan het werk met het gasloos maken van 3500 woningen. Die grootschaligheid heeft als voordeel dat het meteen over aanzienlijke volumes gaat, waardoor je eerder een businesscase hebt. Wat het volgens Linthorst weer lastiger maakt is dat je met veel stakeholders te maken hebt. ‘Maar je kunt ook gewoon kleiner beginnen, bijvoorbeeld eerst een stuk of zes flats met een warmtenetje en een opwekcentrale. Als dat een succes is, ontstaat er vertrouwen in zo’n wijk en kan je het warmtenet daarna met volgende stappen uitbreiden naar de andere hoogbouw in de wijk. Kralen rijgen noem ik dat. Dat doen we in Leiden ook.’ Momenteel onderzoekt het bedrijf daar de mogelijkheid om het net uit te breiden naar naburige woningen, een mix van eengezins-, portiek- en galerijwoningen. Linthorst: ‘Wij zien daar mogelijkheden omdat de huidige installatie van het warmtenet Jacques Urlusplantsoen modulair is uit te breiden. Dat maakt de businesscase aantrekkelijker en de werkzaamheden kunnen dan tegelijk worden aangepakt met het vervangen van de riolering, dat daar ook speelt.’
Een voordeel van het door Linthorst ontwikkelde warmtenet is dat noodzakelijke bouwkundige isolatiemaatregelen later in de tijd kunnen worden uitgevoerd. Zo kan later worden besloten om op een lagere aanvoertemperatuur over te gaan. De ht-warmtepomp en de thermische buffer maken zoveel mogelijk gebruik van momenten dat duurzame opwekcapaciteit volop (en dus goedkoop) beschikbaar is. Het gebeurt nu regelmatig dat verduurzamingsprojecten ‘on hold’ moeten worden gezet, omdat de ruimte op het stroomnet ontbreekt. Door de toepassing van een thermische buffer kan het risico van netcongestie worden verkleind, waarmee de mogelijkheid om een flexibele aansluiting te krijgen bij de netbeheerder wel in beeld blijft.
Een monteur van Linthorst aan het werk in de technische ruimte voor de aansluiting van het kleinschalige warmtenet.
Publiek orgaan
Vattenfall kreeg de Amsterdamse corporaties op de kast met enorme tariefsverhogingen. Om vanuit publieke zeggenschap meer grip en invloed te krijgen op de betaalbaarheid van warmtenetten, heeft de regering ervoor gekozen om een proces in gang te zetten om warmteleveranciers in publieke handen te brengen (wet Collectieve Warmte). Warmteleveranciers hebben straks na de inwerkingtreding van de wet geen zeggenschap meer over de exploitatie. Is het voor een private partij als Linthorst dan nog wel aantrekkelijk om een concept zoals toegepast in Leiden verder uit te rollen? ‘Die wet mag er wat ons betreft komen, want een publieke eigenaar is voor grotere complexe warmtenetten de beste partij om te sturen op de laagste maatschappelijke kosten voor zijn bewoners. Hiernaast kan door goedkopere financiering ook de kostprijs direct omlaag,’ reageert Gertjan Linthorst. ‘Wij kunnen met die wet straks nog steeds dergelijke projecten initiëren, ontwerpen, aanleggen en onderhouden. Alleen het eigendom en de zeggenschap ligt dan bij een publiek bedrijf. Wij treden in dat geval op als dienstverlener voor een publieke partij. De wet zal bijdragen aan een gezonde marktwerking.’
De behandeling van de wet Collectieve Warmte kan overigens wel degelijk invloed hebben op de besluitvorming van projecten die Linthorst en collega-bedrijven in voorbereiding hebben. Veel gemeenten zijn bezig met het ontwikkelen van een Warmtevisie met daaraan gekoppeld de vraag of zij een rol willen bij de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Zolang onzeker is in welke richting die beleidskeuzes gaan, ligt het in de verwachting dat uitvoering van geplande projecten vooruit wordt geschoven, omdat de vorm van samenwerking onzeker is.
Lage tarieven
Het warmtenet in het Jacques Urlusplantsoen is in 2017 opgeleverd en sindsdien is er geen enkele onderbreking van de warmtelevering geweest. De buffer wordt gevuld als de stroom goedkoop is. Met de dagelijks sterk fluctuerende prijzen van elektriciteit, kan dat een groot voordeel opleveren. De vaststelling van de tarieven voor de huurders baseert Linthorst voornamelijk op de CPI-index en de elektriciteitsprijzen. Voor de bewoners pakte dat gunstig uit. ‘De tarieven bleven de voorbije jaren ruim onder de gasprijs en het maximale ACM-tarief. Hiermee blijkt tevens dat we er destijds goed aan hebben gedaan te kiezen voor een warmtenet, ht-warmtepomp en thermische buffer.’
Loskoppeling van gas ‘aardig op schema’
In de Nationale Prestatieafspraken is vastgelegd dat er in 2030 minimaal 450.000 woningen aardgasvrij zijn. Eind vorig jaar waren dat er volgens Aedes zo’n 290.000. Het aantal grondgebonden woningen en appartementen dat is aangesloten op een warmtenet is daarbij fors in de meerderheid. De verwachting is dat dit jaar 15.000 woningen worden aangesloten op een warmtenet. In 2025 en 2026 zouden daar jaarlijks zo’n 18.000 aansluitingen op een warmtenet bijkomen. Vanaf 2027 daalt het aantal aansluitingen weer naar circa 12.000 per jaar. Een ontwikkeling waarmee de corporaties volgens Aedes vooralsnog ‘aardig op schema liggen’.
De cijfers zijn gebaseerd op de door corporaties aangeleverde data in de Aedes-forecast. Niet alle corporaties hebben de forecast ingevuld. De corporaties die de enquête Verduurzaming hebben ingevuld, bezitten gezamenlijk 74 procent van alle woningen in de sector.
Tekst: Mari van Lieshout
Fotografie: Linthorst
Lees meer artikelen in het dossier Verwarming