EW04 cover 600
Oktober 2025

Legionellagroei thermisch, fysisch of chemisch bestrijden?

54 01

Het Drinkwaterbesluit bevat eisen die eigenaren en beheerders van collectieve leidingwaterinstallaties moeten naleven om vermeerdering van legionella te beheersen. Ondanks alle regels en opgebouwde kennis valt het niet mee om in sanitaire installaties legionella in voldoende mate te beheersen. Nieuwe beheersmethoden kunnen helpen bij preventie en bescherming. Maar omarmt iedereen deze methoden ook even enthousiast?

Hoofdstuk 4 van het Drinkwaterbesluit bevat regels voor het uitvoeren van legionellapreventie bij collectieve leidingwaterinstallaties. De artikelen 44 en 44a in het Drinkwaterbesluit behandelen het instrumentarium dat de beheerder, als het om beheerstechnieken gaat, kan gebruiken. Artikel 44 beschrijft wanneer men een bepaalde beheersmethode mag toepassen. De Regeling legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater bevat een verdere uitwerking van deze regels, waaronder de risicofactoren voor legionellagroei, de verantwoordelijkheden en de informatie die noodzakelijk is voor het uitvoeren van een risicoanalyse en het opstellen van beheersplannen.

Thermisch, fysisch, chemisch

‘Een veel gebruikte methode is het regelmatig spoelen van tappunten en het water op de juiste temperatuur houden. Dat valt onder thermisch beheer’ vertelt Alvin Bartels, senior beleidsadviseur Infectiepreventie bij het RIVM. ‘Maar ook fysisch beheer – met filters en/of UV-installaties – en fotochemisch beheer – UV-installatie waarbij ook hydroxyl-radicalen worden gevormd – kunnen worden toegepast.’ Bartels houdt zich al vele jaren bezig met legionellapreventie. Sinds 2017 is hij bij het RIVM verantwoordelijk voor onder meer de rapportage over beheerstechnieken. Recent verscheen een nieuw RIVM-rapport1 dat de effectiviteit en aandachtspunten beschrijft van legionellabeheerstechnieken toegepast in leidingwaterinstallaties. Het onderzoek is een vervolg op onderzoek uit 2012 en bevestigt volgens hem nog een keer de conclusies uit 2012. ‘De effectiviteit van de techniek die we bij beheersmaatregelen inzetten kan per locatie verschillen. Alle technieken kunnen goed werken, maar de omstandigheden in de praktijk zijn hierbij een belangrijke factor.’

‘Legionellapreventie begint op de tekentafel’

Dat geldt bijvoorbeeld voor de wijze waarop leidingwaterinstallaties zijn aangelegd of worden onderhouden, zegt Frank Oesterholt, senior onderzoeker bij KWR Water Research, die aangeeft dat legionellapreventie begint op de tekentafel. ‘Het ontwerp heeft veel invloed op het überhaupt voorkomen van omstandigheden waarin legionella goed kan gedijen, maar ook op de effectiviteit van een beheerstechniek, of die nou thermisch, fysisch of chemisch is.’ 
Vervolgens is het aan de installateurs om bij de aanleg zorgvuldig en juist te werk te gaan. Het toepassen van schone materialen en het schoonhouden van het leidingwerk tijdens de installatie, zijn volgens Oesterholt belangrijk voor het latere beheer en onderhoud dat ook weer cruciaal is bij het zoveel mogelijk voorkomen van bacteriegroei. ‘Dan kun je in de meeste gevallen volstaan met thermisch beheer’, aldus Oesterholt.

54 02Chemisch beheer, zoals hier op de foto door WSi Techniek, is een aanvullende techniek die je kunt inzetten om legionella-groei in de leidingwater-installatie van een prioritaire locatie onder controle te krijgen.

Elektrochemisch beheer

‘En toch’, gaat Bartels verder, ‘kunnen er situaties zijn waarin het hele voortraject juist is uitgevoerd en er desondanks legionellabacteriën in de installatie aanwezig zijn. Elk leidingwatersysteem heeft biofilmvormende materialen. Denk aan de doucheslang, een douchekop en soms ook materialen die in appendages zijn toegepast. Bij de aanleg moet je dus letten op materiaalgebruik en de biofilmvormende potentie van materialen. Maar dan nog kan het erg lastig zijn om altijd en overal de groei van legionella te voorkomen, zelfs met een goed thermisch beheersplan. In dat geval zijn er aanvullende technieken die je kunt inzetten om legionellagroei in de leidingwaterinstallatie van een prioritaire locatie onder controle te krijgen en zo goed mogelijk te verhelpen.’
Een van die technieken is elektrochemisch beheer, bijvoorbeeld koper/zilver-ionisatie. Maar Bartels noemt ook het beheer met chloordioxide of calciumhypochloriet. ‘Dat noemen we ook wel chemisch beheer. Dit was vroeger niet toegestaan, maar het Ctgb, de instantie die verantwoordelijk is voor de toelating van biociden in Nederland, heeft enkele jaren terug chloordioxide toegelaten voor gebruik in drinkwater. Ook calciumhypochloriet heeft een Europese toelating. Hierdoor mogen deze producten ook in Nederlands drinkwater worden gebruikt.’ Wel is het ministerie van IenW bezig om de bestaande regelgeving aan te passen, zegt Bartels. ‘Sinds kort hebben we de BRL 14010 deel 32. Die stelt voorwaarden aan de techniek waarmee marktpartijen chloordioxide aan het drinkwater toevoegen. Naar verwachting zal de nieuwe regelgeving een passage bevatten die stelt dat de techniek aan deze BRL moet voldoen. Ook worden er nadere eisen opgenomen voor het gebruik van dergelijke biocides. Bijvoorbeeld door het gebruik ervan echt te beperken tot prioritaire installaties en de techniek alleen in te zetten als laatste redmiddel.’

Naar ladder met twee treden?

In artikel 44 van het Drinkwaterbesluit staat wanneer een bepaalde beheersmethode is toegestaan. Dit werd in het verleden ook de ‘Ladder van Vrom’3 genoemd. De beheersmethoden van de ‘eerste trede’ mogen zonder motivatie worden gebruikt. Dit zijn dus de methoden thermisch beheer, fysisch beheer en fotochemisch beheer. Pas als beheerders gemotiveerd kunnen aangeven dat deze methoden niet werken, kunnen zij kiezen voor een volgende trede, namelijk elektrochemisch beheer. Als ook dat, op basis van gemotiveerde argumenten, niet werkt, kan men naar chemisch beheer. Deze maatregelen vormen daarmee nu de respectievelijk tweede en derde trede. Oesterholt: ‘Wat mij betreft kunnen dat twee treden worden, waarbij we elektrochemisch en chemisch op gelijke hoogte plaatsen. Bij thermisch beheer en fysische technieken – trede één – voeg je dan niets toe aan het leidingwater, en bij elektrochemisch en chemisch beheer – trede twee en drie – wel. De maatregelen van trede één hebben dan een duidelijke voorkeur, omdat ze de drinkwaterkwaliteit ongemoeid laten en geen ongewenste milieu-effecten hebben als het drinkwater in de afvalwaterketen komt.’

54 03

Inzet van filtratietechnieken

‘Bij membraanfiltratie geldt daarbij wel een kanttekening’, gaat Oesterholt verder. ‘Om te beginnen moet je bij filtratietechnieken onderscheid maken in ‘point of use’ en ‘point of entry’ -toepassingen. Bij point of use, dus bij douches of kranen, plaats je filters aan het uiteinde. Op zich een vrij effectieve, preventieve methode, maar dit doet wel wat met het comfort. Douches kunnen bijvoorbeeld snel dichtslibben, of de waterdruk neemt af. Dat vereist dus veel onderhoud en regelmatige vervanging. Dat maakt deze methode daarom relatief duur. Bij point of entry-maatregelen plaats je de fysische techniek aan het begin van de leidingwaterinstallatie om een barrière te vormen tegen het binnendringen van legionellabacteriën. Dat vereist wél dat het nageschakelde leidingwatersysteem volledig vrij is van legionellabacteriën voordat de techniek wordt gestart. Ook vereist deze aanpak dat de technologie niet mag falen en dat daarop ook bewaking moet plaatsvinden.’ Oesterholt ziet dat bij de point of entry-variant ook UV-filtratie wordt toegepast. ‘De zekerheid van die techniek neemt toe als vooraf ook een filtratiestap wordt toegepast voor het afscheiden van deeltjes en amoeben. Hierdoor verlaag je de kans dat legionellabacteriën kunnen ‘ontsnappen’ aan het UV-licht.’

‘Toevoegen chloor om legionella onder controle te krijgen, gaat tegen onze gewoonte in’

Naar alle uiteinden in leidingsysteem

Grijp je daarna toch naar de tweede en derde trede, dan kom je bij elektrochemische en chemische methoden. Het voordeel van deze methoden is dat ze legionella in de hele leidingwaterinstallatie kunnen bestrijden. Voorwaarde is wel dat je er zeker van moet zijn dat je de hele installatie, dus ook alle uiteinden in een leidingsysteem, met koper/zilver-ionen, chloordioxide of calciumhypochloriet kunt bereiken. Dat betekent volgens Bartels en Oesterholt dat ook bij deze beheersmethoden regelmatig doorspoelen van uittapleidingen nodig blijft.
Oesterholt wijst bovendien op de lichte weerzin in Nederland tegen de elektrochemische en chemische methoden. ‘De kwaliteit van het Nederlandse drinkwater is hoog. Ook zijn de leidingnetten vrij compact. Drinkwaterbedrijven hoeven bij de distributie van drinkwater daarom geen chloor toe te voegen. Het toevoegen van chloor om legionella onder controle te krijgen, gaat daarom tegen onze gewoonte en cultuur in.’

Alleen voor prioritaire installaties

Bartels stipt nog een ander nadeel aan. ‘Legionellabacteriën kunnen resistent worden tegen chloor in drinkwater, als je het middel lang gebruikt. De techniek werkt dan minder goed. Ook kunnen bij het gebruik van chloor schadelijke stoffen in het water ontstaan. Daarnaast is de dosis lokaal in een installatie vaak veel hoger dan de dosis die we vroeger in het drinkwater of pompstation gewend waren.’ Oesterholt wijst nog op de milieutechnische gevolgen van chloor, maar ook van koper/zilver-ionisatie. ‘Ik vind dat je je echt mag afvragen hoe wenselijk het is dat we die middelen via ons rioolsysteem in ons milieu krijgen. Daar mogen we ook best wel wat van vinden.’
Vanwege de nadelen van het gebruik van biociden adviseert het RIVM om in de regelgeving duidelijker aan te geven onder welke voorwaarden chemisch en elektrochemisch beheer mag worden gebruikt. Bartels adviseert om deze technieken alleen in prioritaire locaties toe te staan, zoals sauna’s en ziekenhuizen. Ook zouden adviseurs die de beheersplannen maken volgens hem duidelijker moeten aangeven waarom het aantal legionellabacteriën niet op een andere manier kan worden beperkt. ‘De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan dan beter toetsen of de (elektro)chemische techniek terecht mag worden gebruikt.’

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Linda Kindt en WSI Techniek

1 RIVM briefrapport 2024-0021 Effectiviteit en aandachtspunten van legionellabeheerstechnieken toegepast in leidingwaterinstallaties https://bit.ly/EW-RIVM-rapport

2 BRL1410, deel 3. https://bit.ly/EW-KIWA-BRL1410

3 Ladder van Vrom. https://bit.ly/EW-Vrom-ladder