EW07 Omslag 600
Februari 2026

Meten is weten, maar dan wel gekalibreerd

Investering in zekerheid, veiligheid en professionaliteit

62 01

Als installateur vertrouw je op meetgegevens bij het inregelen van ketels, het opsporen van lekkages of het bewaken van luchtkwaliteit. Maar hoe zeker is die meting eigenlijk? Een afwijking van een paar procent kan al leiden tot energieverspilling, storingen of gevaarlijke situaties. Regelmatige kalibratie voorkomt dat en maakt het verschil tussen meten en gissen.

In de installatiebranche vormt kalibratie een belangrijk onderdeel van kwaliteitsborging en veiligheid. Meetinstrumenten zoals multimeters, gasanalysers en temperatuursensoren moeten aantoonbaar betrouwbaar zijn, vooral bij werkzaamheden waarbij nauwkeurigheid direct invloed heeft op veiligheid of energieprestatie. De meeste bedrijven baseren hun kalibratiebeleid op internationale normen zoals ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 17025 (bekwaamheid van kalibratielaboratoria). Deze normen schrijven niet voor hoe vaak een instrument gekalibreerd moet worden, maar vereisen wel dat een organisatie onderbouwt dát en hóe ze de meetbetrouwbaarheid waarborgt. In de praktijk betekent dit meestal een jaarlijkse of tweejaarlijkse kalibratie, afhankelijk van gebruiksintensiteit en risico. Steeds vaker stellen ook opdrachtgevers aanvullende eisen. Zo vragen grote bouw- en installatietechnische projecten dat meetmiddelen traceerbaar gekalibreerd zijn volgens een erkende standaard, bijvoorbeeld Nen-EN-ISO/IEC 17025. Ook arboregels en BRL-richtlijnen verwijzen naar kalibratieverplichtingen.

Fouten in gebruik

De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ijken en kalibreren zijn niet hetzelfde. Harold Mulder is servicemanager bij Hitma, de leverancier van meetinstrumenten. ‘IJken is een officiële handeling waarbij een instrument wordt bijgesteld op één vaste waarde,’ legt hij uit. ‘Kalibreren gaat verder. Je vergelijkt een instrument dan met een referentiemeter over het hele meetbereik en beoordeelt of de afwijking binnen de specificaties blijft.’

‘Kleine fouten maken het verschil tussen een veilige en een risicovolle installatie’

Bij Hitma gebeurt dat in een speciaal ingericht laboratorium in Almere, waar zes technici dagelijks instrumenten controleren en afstellen. ‘We kalibreren bijvoorbeeld rookgasanalysemeters, drukmeters, gasdetectiesystemen en dataloggers,’ zegt Mulder. ‘Voor installateurs zijn dat cruciale gereedschappen. Je kunt een cv-ketel niet goed afstellen als je meter niet klopt.’ ‘Maar’, vult zijn collega Lennart Pit, outside sales engineer bij Hitma, aan, ‘fouten zitten soms niet in het instrument, maar in het gebruik. Als een monteur zijn rookgasanalysemeter te vroeg in het kanaal steekt zonder eerst te spoelen, begint hij met een verkeerde nulwaarde. Dan zijn alle meetresultaten daarna onbetrouwbaar. Dat soort kleine fouten maken het verschil tussen een veilige en een risicovolle installatie.’

62 02Een medewerker van Hitma kalibreert een drukmeter.

Serieuze controles

In sectoren als koude- en gastechniek is kalibratie inmiddels verplicht. Sinds de invoering van de CO-certificering wordt er serieus gecontroleerd. Een installateur die aan gasverbruikende toestellen werkt, moet aantoonbaar beschikken over gekalibreerde meetapparatuur. Dat wordt gecontroleerd door een gecertificeerde auditinstelling. Kun je je rapport niet tonen, dan loop je het risico je erkenning te verliezen. De controle gaat verder dan alleen de meting. ‘In de koudetechniek moeten bedrijven kunnen aantonen hoeveel kilo’s koudemiddel ze hebben gebruikt en waar het is gebleven,’ legt Mulder uit. ‘Dat kun je alleen betrouwbaar registreren als je weegschaal ook echt klopt. Daarom moet ook die geijkt of gekalibreerd zijn. Anders klopt je hele administratie niet.’ Toch blijft het volgens hem opvallend hoe verschillend bedrijven omgaan met de verplichtingen. ‘Het merendeel van de installateurs neemt kalibratie inmiddels serieus. Maar er is nog steeds een groep die het pas doet als de wet het voorschrijft. Terwijl het juist in hun eigen belang is: als er iets misgaat, kijkt iedereen naar de meetresultaten. En dan wil je zeker weten dat die kloppen.’

Vergelijken met referentiemeters

In het laboratorium van Hitma worden meetinstrumenten vergeleken met referentiemeters die zelf weer gekalibreerd zijn volgens ISO 17025-normen. ‘Een drukmeter bijvoorbeeld testen we op verschillende punten binnen het meetbereik,’ zegt Mulder. ‘Bij 0, 30, 60, 90 en 150 millibar controleren we of de meter de juiste waarde aangeeft. Onze referentiemeter zegt bijvoorbeeld 60,05 mbar, en de te kalibreren meter 59,13. Dat verschil berekenen we terug. Als de afwijking binnen de specificaties van de fabrikant valt, is het goed. Zo niet, dan stellen we de meter opnieuw af of vervangen we onderdelen.’
Sommige afwijkingen zijn niet te corrigeren. ‘Een sensor die versleten is, kun je niet afstellen. Die moet vervangen worden,’ zegt Mulder. ‘We bespreken altijd eerst met de klant wat er moet gebeuren. Soms gaat het om een kleine aanpassing, soms is een instrument echt op. Dan adviseren we vervanging.’ Op locatie handmeters kalibreren kan ook, maar dat doet Hitma bewust niet. ‘We hebben de apparatuur en kennis in huis om dat te doen, maar in de praktijk blijkt dat je op locatie minder kunt. Zodra er iets mis is met een meter, moet die toch naar het lab. Daarom kiezen wij voor zekerheid: liever alles onder gecontroleerde omstandigheden.’

62 03Professionele bedrijven zien het kalibreren van hun meetinstrumenten steeds meer als een onderdeel van hun kwaliteitsbeleid

Veiligheid en aansprakelijkheid

De discussie over kalibratie draait niet alleen om techniek, maar ook om veiligheid en aansprakelijkheid. ‘We hebben in Nederland een paar ernstige incidenten gehad met koolmonoxidevergiftiging,’ zegt Mulder. ‘In sommige gevallen bleek achteraf dat er niet juist was gemeten of gecontroleerd. Installateurs dragen een grote verantwoordelijkheid. Kalibratie helpt om die verantwoordelijkheid waar te maken.’ Ook als er geen directe veiligheidsrisico’s zijn, kan een verkeerde meting flinke gevolgen hebben. ‘Een rookgasanalysemeter die 3 procent afwijkt, zorgt ervoor dat een ketel niet optimaal brandt,’ zegt Pit. ‘Dat kan leiden tot een hoger gasverbruik en meer uitstoot. En bij klimaatinstallaties kan een verkeerde vocht- of CO₂-meting betekenen dat een gebouw onnodig veel ventileert. Ook dat kost energie en gaat ten koste van het comfort.’ Volgens Mulder is kalibratie bovendien een kwestie van efficiënt werken. ‘Een installateur die weet dat zijn meters kloppen, kan storingen sneller vinden en voorkomt onnodige herhaalbezoeken. Dat scheelt tijd, brandstof en ergernis. En het draagt bij aan het imago van de hele sector. Klanten verwachten dat je professioneel werkt. Kalibratie hoort daarbij.’
Toch blijft het lastig om iedereen te overtuigen. ‘Er is altijd een kleine groep die zegt: ik merk het wel als mijn meter niet goed is,’ zegt Pit. ‘Maar dat is een misvatting. Je ziet het niet. Pas als je een lek mist of een installatie verkeerd afstelt, merk je de gevolgen. En dan is het te laat.’

‘Plan kalibratie gewoon in, net als onderhoud’

De menselijke factor

Het beste instrument is waardeloos als het verkeerd wordt gebruikt. Mulder ziet dat dagelijks in zijn werk. ‘Een meter die niet goed wordt behandeld, raakt sneller beschadigd. Slangetjes met kleine lekkages, vuil in het meetsysteem, batterijen die leeg zijn: dat zijn allemaal oorzaken van meetfouten. Vaak onbewust, maar met grote gevolgen.’ Daarom probeert Hitma installateurs te helpen om beter met hun apparatuur om te gaan. ‘We geven trainingen waarin we laten zien hoe je metingen goed uitvoert,’ zegt Pit. ‘Bijvoorbeeld dat je eerst schone lucht moet spoelen voordat je meet, dat je de condensbak tijdig leegt, en dat je sensoren niet blootstelt aan extreme omstandigheden. Kleine dingen die veel ellende voorkomen. De oudere garde vertrouwt vaak nog op ervaring: ‘Ik zie aan de vlam wel of het goed zit’. Maar bij moderne ketels zie je helemaal geen vlam meer. Dan moet je gewoon meten.’ Mulder bevestigt dat. ‘De huidige installatietechniek vraagt om data. Ketels moduleren, ventilatiesystemen worden dynamisch geregeld, en alles moet aantoonbaar veilig zijn. Dat kan alleen als je betrouwbare meetwaarden hebt. En dat betekent: kalibreren, registreren en controleren.’

62 04Met een goed gekalibreerde CO2-meter, zoals hier bij Hitma gebeurt, vindt een installateur sneller storingen en voorkomt onnodige herhaalbezoeken.

Investering of kostenpost?

Veel installateurs zien kalibratie nog als een kostenpost, maar volgens Mulder is dat een verkeerde benadering. ‘Een meetinstrument van 1.800 euro schrijf je in vijf jaar af. Als je jaarlijks 200 euro uitgeeft aan kalibratie en onderhoud, heb je zekerheid dat het instrument betrouwbaar blijft. Dat zijn beheerskosten, net als onderhoud aan je bedrijfsbus. Het hoort gewoon bij professioneel ondernemen.’ Hij ziet bovendien dat de sector volwassener wordt. ‘Vroeger was kalibreren iets wat je deed omdat het moest. Nu zien steeds meer bedrijven het als onderdeel van hun kwaliteitsbeleid. Ze willen niet alleen voldoen aan de norm, maar ook aan hun eigen standaarden. Dat is een positieve ontwikkeling.’ Voor wie twijfelt, heeft Pit een praktische tip: ‘Plan kalibratie gewoon in, net als onderhoud. Maak een lijst van alle instrumenten, noteer de kalibratiedatum en zet er een herinnering op. Zo voorkom je dat je opeens zonder betrouwbare meters zit. Bij Hitma helpen we daar trouwens ook graag bij. We sturen een herinnering wanneer het tijd is voor een nieuwe kalibratie.’

Digitalisering en toekomst

Ook in de wereld van meetinstrumenten staat de digitalisering niet stil. Steeds meer apparaten zijn verbonden met de cloud, waardoor kalibratiegegevens automatisch worden opgeslagen. Pit merkt een duidelijk verschil tussen generaties. ‘De jongere monteurs zijn opgegroeid met apps en cloudplatforms. Ze koppelen hun meetinstrumenten makkelijk aan een smartphone of tablet. Dat maakt het makkelijker om aantoonbaar betrouwbaar te werken. Een installateur kan zijn kalibratiecertificaten direct koppelen aan rapportages voor opdrachtgevers. En bij audits hoef je niet meer te zoeken naar papieren bewijzen.’ Daarnaast ontstaat er ruimte voor voorspellend onderhoud. ‘Sommige sensoren geven zelf aan wanneer ze buiten specificatie raken,’ vertelt Mulder. ‘Dan krijg je automatisch een melding dat kalibratie nodig is. Zo verschuift het van reactief naar proactief onderhoud. Dat past bij de trend naar meer datagedreven werken.’ Toch benadrukt hij dat technologie nooit het vakmanschap vervangt. ‘Meten is mensenwerk. Een goed opgeleide monteur die begrijpt wat hij doet, blijft essentieel. De beste software helpt je niet als je de basis niet begrijpt. Uiteindelijk gaat het om verantwoordelijkheid nemen voor wat je meet.’

Tekst: Kerstin van Tiggelen
Fotografie: Hitma

Lees meer artikelen in het dossier Klimaat- en duurzame techniek