Het aanleggen en onderhouden van vloerverwarmingen is nauwkeurig werk: er komt meer bij kijken dan alleen het frezen van de vloer en het leggen van slangen. E&W sprak met twee specialisten over het optimaliseren van het rendement van vloerverwarming; Wilfred de Regt van Vloerverwarming Specialist Nederland en Ewout Smits van WTH Vloerverwarming. Zij geven 10 tips, voor elke stap in het proces: van aanleg tot verduurzaming.
Tip 1
Hou de kou buiten met goed legplan
Wilfred de Regt komt als reiniger van vloerverwarmingen vaak bij de ‘zware gevallen’ met aanhoudende problemen: ‘Een fout die wij regelmatig zien, is dat er met het leggen van de lussen onvoldoende rekening wordt gehouden met de koudste stukken van de ruimte waar meer warmteverlies is. Dat kan leiden tot comfortklachten. Als de klant bijvoorbeeld een schuifpui heeft, dan zal je zien dat het aan die kant een tikkie kouder blijft dan in de rest van de kamer, waardoor een luchtstroming ontstaat. Daar moet je in het legplan al rekening mee houden, door te werken met een bufferzone langs de rand met een hogere dichtheid van lussen.’
Tip 2
Plaats de thermostaat op juiste plek
Het klinkt logisch, maar De Regt ziet het toch regelmatig misgaan: ‘Plaats je de thermostaat op een plek waar leidingen en kabels bij elkaar komen, dan is het daar in de regel warmer dan in de rest van de ruimte. De verwarming slaat dan te snel af. Praktisch gezien kan de gebruiker dat oplossen door de thermostaat hoger te zetten, maar in praktijk zie je dat daar ruzie van komt – de ene partner heeft het koud, van de andere mag de verwarming niet hoger. Met de huidige energieprijzen is het echt belangrijk dat mensen hun beslissingen kunnen nemen op basis van de daadwerkelijke temperatuur in de ruimte.’
Tip 3
Leg het vast
Ewout Smits werkt bij WTH Vloerverwarming, een bedrijf dat veel werkt voor grotere projecten waarin meerdere woningen tegelijk worden opgeleverd. Hij ziet in de ontwerpfase vooral een aandachtspunt voor de vastlegging: ‘Bij grote projecten heb je wel tekeningen met het legplan, maar die komen niet altijd in het bezit van de uiteindelijke installateur of bewoners. En als particulieren vloerverwarming laten aanleggen dan wordt die stap vaak helemaal overgeslagen.’ De Regt vult aan: ‘Als je later aan de slag moet met reparatie of onderhoud en de tekening ontbreekt, dan moet je eerst gaan detecteren waar de leidingen liggen. Dat kost dan ook weer tijd en geld.’
Tip 4
Regel waterzijdig in!
Met waterzijdig inregelen zorg je ervoor dat het verwarmingswater zo door het systeem stroomt, dat elke ruimte de juiste hoeveelheid warmte ontvangt. Door de installatie van balansventielen en flowmeters te voorzien, kan de waterstroom nauwkeurig worden afgesteld op basis van de specifieke warmtebehoefte van elke ruimte. Dit leidt tot een gelijkmatige warmteverdeling, een hoger comfort en ook tot energiebesparing. Waterzijdig inregelen is verplicht gesteld in de EPBD III. Toch zien De Regt en Smits regelmatig dat veel bedrijven deze verplichting afdoen met een simpele mededeling: ‘Uw installatie dient waterzijdig ingeregeld te worden, dat is niet bij onze service inbegrepen.’ ‘Dat kán, maar de klant moet dan wel goed snappen dat deze stap noodzakelijk is voor een goed rendement. Verwijs eventueel door naar andere bedrijven, als je deze dienst niet zelf wilt leveren.’
Tip 5
Vertrouw niet alleen op papier
‘Wij komen in de praktijk vaak situaties tegen waarin alles volgens de berekeningen zou moeten kloppen, maar waar toch problemen zijn,’ aldus De Regt. ‘De nazorg, het controleren of het systeem ook echt zo werkt zoals bedoeld, wordt vaak overgeslagen. Want fouten kunnen altijd ontstaan. Ik kwam ooit bij een nieuwbouwproject, waar even vergeten was dat tussen de wanden van twee van de woningen een luchtschacht naar buiten was aangelegd voor de garage. Dat leidde bij vrieskou tot comfortklachten. Het kan dus overal misgaan, ook als appartementen nieuw zijn en op het oog identiek.’
Tip 6
Zorg voor slimme naregeling
Na het (éénmalige) waterzijdige inregelen, heb je met het naregelen de controle over de snelheid waarmee het water door de installatie stroomt. Smits licht toe: ‘Vroeger was het zo dat in de woonkamer de warmtevraag werd bepaald voor het hele huis, maar tegenwoordig hebben de meeste ruimtes een eigen thermostaat. Wij kunnen exact aansturen op de warmtebehoefte per ruimte, door in de regelaar het temperatuurverschil te meten tussen het aan- en afgevoerde water. Als dat temperatuurverschil heel groot is, dan is er meer flow nodig om de energie gelijkmatiger te verspreiden. Als die temperatuur heel dicht bij elkaar ligt, dan kun je het water juist wat meer recirculeren en de flow laten afnemen. Door op deze manier slim na te regelen, kan je zorgen voor een significante energiebesparing.’ Onderschat deze stap niet en offreer het mee.
Tip 7
Overweeg aanschaf van warmtecamera
De Regt ziet ook hier dat controle in de praktijk noodzakelijk blijft. Dat gaat niet meer zonder apparatuur: ‘Van een radiator van 80 graden voel je wel of die werkt, maar 38 graden detecteer je niet zo makkelijk. Ik werk zelf met specialistische apparatuur, maar met een simpele warmtecamera kun je al basisinspecties uitvoeren. Als je een koude start van de installatie doet, kan je met de camera kijken waar de meeste warmteafgifte plaatsvindt en op basis daarvan de flow corrigeren.’
Tip 8
Check van de waterkwaliteit
WTH installeert al sinds de jaren zeventig vloerverwarmingen en ziet bij de klanten van het eerste uur de vraag ontstaan naar verduurzaming. Om het rendement van deze oudere installatie te verhogen is vrijwel altijd een reiniging nodig - zo is de samenwerking met De Regt ontstaan. De Regt: ‘Wij starten altijd met een check van de waterkwaliteit door monsters te nemen. Als het water vervuild is, dan weet je dat het systeem in meer of mindere mate is dichtgeslibd. Dat moet je eerst oplossen, voordat je aan vervolgstappen kan denken zoals opnieuw waterzijdig inregelen.’
Tip 9
Check slangen op zuurstofdoorlatendheid
‘In de jaren ’80 is met verschillende typen slangen gewerkt, die om een verschillende aanpak vragen. Het is daarom handig om vooraf een foto van de verdeler te hebben,’ is de volgende tip van De Regt. ‘De destijds veelgebruikte zwarte slangen zijn bijvoorbeeld zuurstofdoorlatend. Hoe meer zuurstof er in de installatie komt, hoe meer corrosie kan ontstaan in metalen componenten zoals leidingen, radiatoren en cv-ketels. Dit kan leiden tot schade aan de beweegbare delen en lekkages. Zie je een zwarte slang in je systeem, dan weet je dat er mogelijk corrosieproblemen kunnen optreden en dat je maatregelen moet nemen om dit te verhelpen.’
Tip 10
Begrijp de uitdaging van de warmtepomp
De Regt legt uit wat de grootste uitdaging is bij de plaatsing van een warmtepomp in een bestaande situatie: ‘Bestaande installaties hebben groepen van 100 tot 125 meter, terwijl de aanbevolen maximale lengte bij een warmtepomp 80 meter is. Je moet dan op zoek naar maatwerkoplossingen om het gewenste rendement te behalen. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld het gebruik van Hydromx als warmteoverdrachtsvloeistof. Dit voorkomt zuurstofinfiltratie en creëert een lichte turbulentie in de installatie, waardoor de warmtegeleiding wordt verhoogd.’