Januari 2025
Pv-panelen en batterijen: wat levert het op?
Hoe kun je zonnepanelen en batterijen optimaal inzetten om het maximale rendement te behalen? Is een energiemanagementsysteem dan noodzakelijk, net als wellicht een warmtepomp of een warmwaterboiler? Om deze vragen te beantwoorden spraken we met twee experts: Bob Meulendijk, directeur van Zonnepanelen Vlaardingen (ZPVL), en Dursun Kiliç, algemeen directeur van Niyata Groep, beiden tevens lid van de vakcommissie Zonne-Energie van Techniek Nederland.
Een gemiddeld Nederlands gezin bestaat officieel nog steeds uit twee ouders en twee kinderen. Jaarlijks is hun energiegebruik ongeveer 3.500 kWh. Volgens Bob Meulendijk is een zonne-installatie van 9 tot 12 panelen in veel van dit soort situaties voldoende. ‘Bij een rendement van 400 Wp per paneel wek je jaarlijks ongeveer 3.200 tot 4.300 kWh op, afhankelijk van factoren zoals de hellingshoek, oriëntatie en lokale weersomstandigheden’, legt hij uit.
Wat batterijen betreft is hij duidelijk. Die zijn in zijn ogen voor particulieren financieel niet rendabel. ‘Ook niet met een dynamisch contract. In de zomer krijg je door het forse opwekvermogen van de pv-panelen de kans niet om de stroom uit de batterij te gebruiken. In de winter is er te weinig zon om de batterij te kunnen vullen. Ik zeg altijd: bij minder dan 10 kW aan opwekvermogen is het zinloos om een batterij toe te passen.’
Dursun Kiliç kijkt daar genuanceerder naar. Hij adviseert om toch wel met opslagcapaciteit te werken en dan te beginnen bij 5 kWh. ‘Dit stelt gezinnen in staat om de dagelijkse pieken in hun verbruik op te vangen, vooral in de avonden. Voor huishoudens met een groter energiegebruik of als je verder wilt verduurzamen, kan uitbreiding naar 10 kWh opslag worden overwogen.’
Kies dan wel het juiste contract, zegt Kiliç. ‘Vaak is de particulier met een dynamisch contract beter uit. Het kan zomaar de helft van de maandelijkse elektriciteitskosten schelen. Dat is uiteraard wel afhankelijk van externe factoren als gas- en elektriciteitsprijzen. Breekt er weer een oorlog uit, dan kan dat een flinke impact hebben op de prijzen en dus de kosten van de particulier. Reken je echter niet rijk. De energieprijzen zijn momenteel zo laag, dat je met handelen uitgedrukt in procenten wellicht best een aardig resultaat zult behalen, maar als je dan naar de euro’s kijkt, gaat het om kleine bedragen.’
Begin met panelen en een omvormer waar je straks ook een batterij op aan kunt sluiten. Zo kun je de investeringen uitsmeren in de tijd.
Opbrengsten
Het financieel rendement op investeringen in pv-panelen en batterijen is op zich goed uit te rekenen, maar de vraag is of dat het uitgangspunt van de particulier moet zijn, vraagt Kiliç zich af. ‘In mijn ogen zou het doel vooral moeten zijn om zo onafhankelijk mogelijk te worden van het net. Dat is wat mij betreft dan ook het belangrijkste doel van het gebruik van een energiemanagementsysteem: je wilt uiteindelijk nog maar 10 procent van het net afnemen en voor 90 procent zelf in de opwekking voorzien. Daarmee ben je namelijk grotendeels van alle mogelijke prijsschommelingen verlost.’
Een uitgebreide installatie met panelen, omvormers, batterijen, warmtepompen, boilers en bijvoorbeeld laadpalen vraagt natuurlijk wel een forse investering van de particulier. Kiliç: ‘Klopt, maar je kunt het ook in stappen opbouwen. Begin bijvoorbeeld met panelen en een goede omvormer, eentje waar je straks ook een batterij op kunt aansluiten. Zo kun je de investeringen uitsmeren in de tijd. Voor een warmtepomp kun je dan sparen of je besluit die pas aan te schaffen als de marktomstandigheden flink veranderen.’
De kosten voor een basisinstallatie van zonnepanelen liggen in Nederland rond de 6.000 tot 8.000 euro, inclusief omvormers en installatie, vertelt Meulendijk. Een batterij van 5 kWh kost gemiddeld 4.000 tot 6.000 euro, terwijl een 10 kWh-model al gauw 8.000 tot 12.000 euro kost.
‘Een batterij zal in de toekomst steeds waardevoller worden’
Voor veel particulieren zijn dat forse bedragen. Uit een marktonderzoek van Zonnepanelen Vlaardingen blijkt dan ook dat 48 procent van de respondenten twijfelt aan de financiële haalbaarheid van een thuisbatterij, vertelt Meulendijk. Ook Kiliç herkent dat: ‘Het financiële rendement is sterk afhankelijk van de elektriciteitsprijzen en de mate waarin je de batterij gebruikt. Bij de huidige prijzen ligt de terugverdientijd van een batterij rond 10 tot 12 jaar. Dat is voor veel huishoudens niet aantrekkelijk.’
Net als Kiliç benadrukt Meulendijk dat financieel rendement hier niet het enige doel moet zijn: ‘Het verminderen van de afhankelijkheid van gas en olie en de energiemarkt is minstens zo belangrijk. Bovendien zal een batterij in de toekomst, met toenemende dynamische prijzen, steeds waardevoller worden. Maar volledig loskomen van het net zit er voorlopig niet in voor particulieren.’
Veel huishoudens passen hun gedrag aan, bijvoorbeeld door wasmachines overdag te gebruiken wanneer de zonnepanelen energie opwekken.
Terugverdientijd
Volgens data uit het marktonderzoek onder ZPVL-klanten wekt 67 procent van de respondenten tussen de 70 en 90 procent van hun jaarlijkse verbruik op met zonnepanelen. Maar slechts 18 procent van de huishoudens heeft een batterij om deze energie lokaal op te slaan.
Uit het ZPVL-onderzoek blijkt verder dat 54 procent van de huishoudens zich actief voorbereidt op de veranderingen in de markt. ‘Vooral de aanschaf van batterijen en slimme energiemanagementsystemen wordt overwogen’, zegt Meulendijk. ‘Maar de hoge aanschafkosten en de lange terugverdientijden vormen voor veel huishoudens toch echt een serieuze barrière.’
Kiliç wijst nog wel op de mogelijkheden om tegen nultarief geld voor dit soort investeringen te lenen. Daar staat tegenover dat ook bij een rente van nul procent het investeringsbedrag zelf natuurlijk wel uit de gerealiseerde besparingen terugbetaald moet worden. Is dat nog haalbaar als de terugverdientijden op 10 tot 12 jaar liggen?
Uit het marktonderzoek van ZPVL leren we ook dat 36 procent van de huishoudens tijdens zonnige dagen moeite heeft met het terugleveren van hun overtollige elektriciteit. Voor netbeheerders is het lastig om de vraag en het aanbod goed op elkaar af te stemmen, wat tot hogere kosten en inefficiënties leidt.
Gedragsverandering
Waar Meulendijk een batterij bij een standaardwoning dus geen optie vindt, kijkt Kiliç ook naar batterijen op wijkniveau, een energiehub. Dat vereist echter veel samenwerking – tussen bewoners, met netbeheerders en met de overheid. De netbeheerders hebben hier vaak wel degelijk interesse voor, zeker als er dan sprake is van een groep van bijvoorbeeld 100 of 200 woningen. Het grootste obstakel, zo heeft Kiliç echter ervaren, zit ’m juist in dat grote aantal meningen en visies. Het op een lijn brengen van alle betrokken particulieren is bepaald niet eenvoudig, heeft hij ervaren. Zelfs niet als de rekensommen dan toch echt gunstiger worden, bijvoorbeeld als door bundeling betere mogelijkheden voor handelen in elektriciteit ontstaan.
Het onderzoek van ZPVL toont daarnaast aan dat veel huishoudens hun gedrag aanpassen op de afschaffing van de salderingsregeling. Ruim 72 procent van de respondenten geeft aan bewuster met elektriciteit om te gaan, bijvoorbeeld door wasmachines en vaatwassers overdag te gebruiken wanneer de zonnepanelen energie opwekken. ‘Deze gedragsverandering is cruciaal’, benadrukt Meulendijk. ‘Een energiemanagementsysteem is dan echter wel erg belangrijk, juist om inzicht in het eigen verbruik te krijgen. Sommige klanten hebben inmiddels systemen als Home Assistant of Enphase geïnstalleerd, die helpen om pieken en dalen in energiegebruik beter te managen.’
Een slim energiemanagementsysteem is daarbij in staat het daadwerkelijke gebruik binnen de woning in kaart te brengen. Deze grafiek kan vervolgens worden vergeleken met de prijs van elektriciteit op de zogeheten day-ahead-markt. Hierdoor is duidelijk wanneer het beste welke hoeveelheid stroom kan worden gebruikt en vanuit welke bron: direct van de pv-panelen, uit de batterij of van het net. Zo kan financieel gezien de beste keuze worden gemaakt. Daarbij is dit soort software in staat om via slimme wandcontactdozen huishoudelijke apparaten aan te sturen en aan of uit te zetten. Kiliç waarschuwt echter wel: ‘De aanschaf van zo’n smart energiemanagementsysteem kost al gauw 1.000 euro. Dat is dus nog een kostencomponent die de toch al lastige afweging die particulieren moeten maken, nog weer een stapje gecompliceerder maakt.’
Merken en producten
Maakt het uit welk merk pv-paneel de particulier aanschaft en bijvoorbeeld het merk batterij? Nee, is het duidelijke antwoord van Dursun Kiliç, voorzitter van de vakcommissie Zonne-Energie van Techniek Nederland. ‘Of we het nu over panelen of omvormers hebben, de kwaliteit van de producten die in ons land beschikbaar zijn, is vergelijkbaar. Er zijn verschillen in de details, maar die met elkaar vergelijken heeft voor een particulier nauwelijks zin.’
Als het om batterijen gaat, geldt volgens Kiliç eigenlijk hetzelfde. Hooguit hebben de verschillende fabrikanten hun software wat anders ingericht.
Wat wel belangrijk is, zo stelt hij, is dat we goed kijken naar het toekomstperspectief. ‘Je wilt niet werken met een fabrikant waarvan je niet zeker weet of deze over een paar jaar nog bestaat. Want als er dan een defect ontstaat, heb je een serieus probleem.’