EW04 omslag 600
Juni 2024

Stekerbaar installeren in prefab

Hot topic

50 01

Stekerbaar installeren is de laatste jaren populair geworden. Het bespaart montagetijd en daarmee installatiekosten. Het is praktisch bij prefab bouwdelen om deze later in het bouwproces samen te bouwen met installatieconnectoren. Wel vergt het een betere voorbereiding vooraf om de leidingen in de juiste lengte te bestellen en de compatibiliteit tussen de verschillende componenten te waarborgen.

Bij stekerbaar installeren wordt meestal gebruikgemaakt van flexibele buigzame leidingen en specifieke stekkerverbindingen. In Nen 1010, bepaling 133.1, staat vermeld dat ‘Al het elektrisch materieel dient te voldoen aan de desbetreffende Europese norm’. Nen-EN-IEC 61535 is de norm voor 2-polige tot 5-polige connectoren voor leidingen tot 10 mm2 die kunnen worden gebruikt voor permanente verbindingen in vaste installaties. Voorbeelden zijn de Wieland- en Wago-installatieconnectoren.
Het toepassen van ‘gewone randaardestekkers’ en contactstoppen voor verbindingen in ‘vaste’ installaties is niet toegestaan. Deze stekkers voldoen namelijk aan DIN VDE 0625 / EN 60320-1. Het zijn stekkers bedoeld voor huishoudelijk gebruik (aan apparatuur en dergelijke voor tijdelijk gebruik). Ook de huishoudelijke wandcontactdozen (Nen 1020) zijn niet bedoeld om in prefab-installaties verbindingen te maken tussen verschillende compartimenten.
In Nen 1010, bepaling 134, staat beschreven dat bij de aanleg van de installatie de eigenschappen van het elektrisch materiaal niet nadelig mogen worden beïnvloed door de wijze van montage. Zo moeten  de verbindingen tussen geleiders onderling die met stekers worden gemaakt deugdelijk zijn. Voor installatieconnectoren geldt dat ze zo moeten worden geselecteerd en geïnstalleerd dat een veilig en betrouwbaar contact is gewaarborgd bij deze toepassing.
Ook kan niet elk type leiding, zoals H03 (voor licht gebruik), bij prefab worden toegepast. Het heeft niet de mechanische eigenschappen voor deze toepassing. Dit stelt concrete eisen aan de toegepaste leidingen en de installatieconnectoren.

50 02

Leidingen bij prefab

Uiteraard zijn voor prefab-installaties draad in buis en leidingen toegestaan, zoals die ook in traditionele bouwwerken worden toegepast. Dat vergt bij het samenbouwen dan montagewerkzaamheden waarbij de verbindingen in gesloten omhulsels moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld centraaldozen.
Bij stekerbaar installeren wordt gebruik gemaakt van buigzame leidingen en installatieconnectoren. Buigzame leidingen mogen volgens Nen 1010 op dezelfde manier worden toegepast als kabel (met massieve koperen aders). De leidingen die worden gekozen, moeten wel geschikt zijn voor de toepassing in relatie tot mechanische uitwendige invloeden en de brandveiligheid.
Stekerbaar installeren beperkt zich volgens NPR 5310, deel 521, tot tweegeleider-eindgroepen met een nominale spanning van 230 V, beveiligd door een overstroombeveiliging In ≤ 16 A, een maximale omgevingstemperatuur van 30 °C en afzonderlijk aangebrachte leidingen met een doorsnede van 1,5 of 2,5 mm2. De praktijk is dat stekerbaar installeren ook gangbaar is voor krachtgroepen en kookgroepen.
Flexibele leidingen worden meestal geïnstalleerd volgens installatiemethode 40 (Nen 1010, tabel 52.A.3): ‘Een- of meeraderige kabel aangebracht in een holte van vloer, wand of plafondholten’, waarbij geldt: 1,5 De ≤ V < 5 De (B2) en 5 De ≤ V < 20 De (B1).

50 031. V is de kleinste afmeting of de middellijn van een holte of kanaal. De is de uitwendige middellijn van de leiding.

Er mogen dus niet te veel leidingen bij elkaar worden gelegd in een krappe ruimte, anders wordt de temperatuur te hoog. Ook moeten leidingen niet, met bijvoorbeeld tire-raps, met kracht worden gebundeld. Hierdoor kunnen hot-spots ontstaan op de plaats waar dit gebeurt, isolatiemateriaal kan week worden en uiteindelijk kan kortsluiting ontstaan.
Van de typen flexibele leidingen die zijn toegestaan worden er een zestal in het algemeen toegepast bij stekerbaar installeren (tabel 1). Een volledig overzicht is te vinden in NPR 5310, bepaling 4.3.3, tabel 1.
In NPR 5310, deel 521, tabel 7, staat beschreven welk type flexibele leiding mag worden toegepast bij stekerbaar installeren met welke doorsnede (1,5 mm2 of 2,5mm2 ). Dit betreft slechts leidingen H05 (bij normaal gebruik) en H07 (bij zwaar gebruik). De minimale doorsnede hangt uiteraard ook af van het voorliggende beveiligingstoestel tegen overstroom: een smeltpatroon 16 A gG of een installatieautomaat type B of type C.
Daar waar volgens het Bouwbesluit sprake is van een verhoogd risico bij brandgevaar, moet ook met de keuze van de leidingen hierop worden gelet. Tabel 10 (NPR 5310, deel 521) geeft een overzicht welke van deze leidingen beschikken over de eigenschappen gerelateerd aan brand en rookverspreiding.
In NPR 5310, deel 521, bepaling 4.6, staat een beslisdiagram weergegeven waarmee kan worden bepaald welke beveiliging (smeltpatroon of installatieautomaat) en welke doorsnede en type kabel kan worden toegepast bij een installatiemethode en omgevingstemperatuur.

50 04Stekerbare centraaldoos.

Installatieconnectoren

Nen-EN-IEC 61535 (2023) beschrijft eisen aan toestelverbindingsstopcontacten. Die zijn er van twee- tot vijfpolig, met en zonder beschermingscontacten, met een toegekende spanning tot 500 VAC of 500 VDC met een doorsnede tot 10 mm2 en een maximale stroom van 32 A. Ze zijn slechts bedoeld en beproefd voor vaste aansluitingen in vaste elektrische installaties. Deze connectoren:
• zijn voorzien van een vergrendeling die alleen met een doelbewuste actie is te ontkoppelen,
• hebben een maximaal overgangsweerstand per verbinding van  slechts 1,0 mΩ,

Stekerbare installaties moeten worden gemaakt met ‘male’ en ‘female’ connectoren die passen bij elkaar. Het is niet zonder meer toegestaan stekkerverbindingen van verschillende fabricaten met elkaar te verbinden. In Nen-EN-IEC 61535 zijn namelijk de afmetingen van pennen en bussen niet voorgeschreven, waardoor die verschillend kunnen zijn tussen fabrikanten.
Ook materieel, zoals meterkasten, schakelmateriaal, verlichtingsarmaturen en centraaldozen, worden door fabrikanten al uitgerust met installatieconnectoren.
Nen 1010 schrijft voor dat elektrische verbindingen tussen leidingen onderling en tussen leidingen en elektrisch materieel, elektrisch en mechanisch blijvend betrouwbaar moeten zijn. Daarom geldt: Pas (materieel met) male- en female connectoren toe van één fabrikant. Of: pas installatieconnectoren toe waarvan beide fabrikanten de compatibiliteit onderschrijven.

50 05Tabel 1. Flexibele leidingen die zijn toegestaan bij stekerbaar installeren.

Aandachtspunten

De mechanische krachten die op leidingen en op stekkerverbindingen mogen worden uitgeoefend zijn beperkt. Zo mogen leidingen niet worden blootgesteld aan scherpe randen en te scherp worden gebogen. Fabrikanten van leidingen vermelden in een datasheet bijvoorbeeld de minimale buigstraal en de maximale statische treksterkte. Dit is de kracht die op de leiding mag worden uitgeoefend zonder gevaar voor beschadiging van de leiding (doordat hij uitrekt).
Ook voor de installatieconnector gelden maximale krachten die op een connector mogen worden uitgeoefend. De zwakste van deze twee is bepalend voor de kracht die er op mag worden uitgevoerd. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat een leiding die vrij verticaal hangt, slechts een beperkte lengte mag hebben; in het algemeen maximaal 5 m.
Voorbeelden van maximale statische treksterkte opgegeven door de fabrikant: HO5VV-F 3G1,5: 65 N, HO7RN-F 3G2,5: 110 N.

Bereikbaarheid

In Nen 1010, bepaling 526.3 (2015), staat beschreven dat alle verbindingen toegankelijk moeten zijn voor inspectie, beproeving en onderhoud. Dit geldt dus ook voor installatieconnectoren. Een uitzondering daarop wordt in Nen 1010, bepaling 526.3, gemaakt als de fabrikant van de verbinder kan aantonen dat de verbindingsconstructie ‘deel uitmaakt van materieel dat volgens de van toepassing zijnde productnorm niet noodzakelijk bereikbaar hoeft te zijn’.
Met (de juiste) installatieconnectoren volgens Nen-EN-IEC 61535 is het dus toegestaan om uitgebreide stekerbare installaties in prefab-gebouwen aan te leggen, zolang de juiste leidingen worden toegepast die op de juiste manier worden geïnstalleerd.

Tekst: Anton Kerkhofs
Fotografie: Leertouwer, Wago

In deze rubriek, tot stand gekomen in ­samenwerking met de afdeling Techniek & Markt van Techniek ­Nederland, behandelen wij actuele technische onderwerpen waar installateurs in hun vak mee te maken kunnen krijgen. Heeft u ook een Hot topic? Stuur hem dan naar media@technieknederland.nl.

Lees meer artikelen in het dossier Laagspanningsinstallaties