EW04 omslag 600
September 2024

Veilig comfort in de badkamer

Hot topic

66 01

In ruimten met een bad of douche worden vaak elektrische toestellen gemonteerd om het comfortniveau te verhogen. Maar omdat elektriciteit en water elkaar niet goed verdragen, worden er strikte eisen gesteld aan het elektrisch materieel en de plaatsing daarvan in deze ruimte.

Aan elektrische materieel en waar en hoe dit wordt geïnstalleerd worden eisen gesteld. Deze zijn beschreven in Nen 1010. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de eisen die van toepassing zijn in nieuwe woningen en die in bestaande woningen. Voor nieuwe woningen is minimaal Nen 1010, 2015 + C1010/C1 en C2 van toepassing, maar mag ook Nen 1010, 2020 of Nen 4010 (bepaling 4.1.6 en 5.5.2) worden toegepast. Belangrijke bepalingen over badkamers in Nen 1010 zijn bepaling 415.2 en 701.
Voor installaties in bestaande woningen geldt als bodemniveau de Nen 1010 die van kracht was toen de bouwvergunning voor de woning werd verstrekt. Door de jaren heen zijn hierin veranderingen doorgevoerd. Bij een badkamerrenovatie kan dat betekenen dat ook de meterkast moet worden aangepast. Zo is het tegenwoordig gangbaar dat alle elektrische toestellen in badkamers worden beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar. In oudere installaties werd het veiligheidsniveau verkregen door het gebruik van scheerwandcontactdozen met een beschermingstransformator en trekschakelaars bij vast aangesloten straalkachels en wasmachines.
Als bijvoorbeeld in een badruimte wcd’s met beschermingscontacten volgens de actuele Nen 1010 worden toegepast, maar in de meterkast worden geen 30 mA aardlekschakelaars geïnstalleerd, dan is de nieuwe installatie onveiliger dan de oude installatie met ‘scheertrafo’s’ en trekschakelaars en voldoet dus niet aan de huidige eisen.

66 02

Zone-indeling

In de huidige Nen 1010 worden in een badruimte drie zones onderscheiden. Slechts specifiek elektrisch materieel mag in een bepaalde zone worden toegepast.

Zone 0: het gebied in de badkuip/douchebak of tot 10 cm boven een betegelde douchevloer; ofwel daar waar het water staat.
• Zone 1: Het gebied boven zone 0 tot een hoogte van 225 cm.
• Zone 2: Het gebied met een straal van 60 cm rondom de badkuip of douchebak.

66 03

Bij een betegelde douche, zonder badkuip of douchebak is er geen zone 2. Zone 1 is hierbij vergroot tot het gebied met een horizontale straal van 120 cm rondom de douchekop. In Nen 1010, figuur 701.1 en 701.2, zijn de zones afgebeeld.
In oudere installaties, gebouwd voor Nen 1010, 2007, was er ook een zone 3. Deze strekte zich uit tot 2.40 m rondom zone 2. Volgens de huidige regelgeving is er geen zone 3 en kan het gebied buiten zone 2 (of zone 1 bij badruimten zonder bad of douchebak) worden beschouwd als normale ruimte.

 

66 04De verschillende zones zoals beschreven in Nen 1010.

Wel moet hier al het elektrisch materieel zijn beveiligd door aardlekschakelaars ΙΔn ≤ 30 mA (of deel uitmaken van S-, SELV- of PELV-ketens). Voor de (normaal niet toegankelijke) ruimte onder badkuip of douchebak is geen zone gedefinieerd. Hier is geen restrictie voor het gebruikte elektrisch materieel.

Keuze elektrisch materieel

In elke zone worden eisen gesteld aan het elektrisch materiaal dat daarin wordt toegepast.

Zone 0. Hier geldt:
• alleen vast aangesloten en vast opgestelde elektrische toestellen,
• minimaal IP x7,
• geschikt en bedoeld om in zone 0 te worden geïnstalleerd volgens de fabrikant
• voeding door een SELV-keten (veiligheidstransformator) U ≤ 12 VAC of U ≤ 30 VDC, geïnstalleerd buiten zone 0 en 1.

Zone 1. Hier geldt:
• alleen vast aangesloten en vast opgestelde elektrische toestellen,
• minimaal IP X4,
• geschikt en bedoeld om in zone 1 te worden geïnstalleerd volgens de fabrikant,
• toebehoren, zoals contactdozen voor SELV-ketens U ≤ 25VAC of U ≤ 60VDC, geïnstalleerd buiten zone 0 en 1,
• lasdozen en aansluitpunten voor het voeden van toestellen die in zone 0 en 1 worden toegepast.

Voorbeelden van elektrisch materiaal dat bijvoorbeeld in zone 1 kan worden geïnstalleerd zijn een (daarvoor specifiek geschikt) tv-scherm, sunshower, IR-paneel, verlichtingsarmatuur en een ventilator.

Zone 2. Hier geldt:
• aansluitpunten, lasdozen en toebehoren (bedieningsschakelaars, signaleringslampjes en displays) voor het voeden van toestellen die in zone 0,1 of 2 mogen worden toegepast en worden gevoed door een veiligheidstransformator (SELV -ketens),
• Scheerwandcontactdozen volgens Nen-EN-IEC 61558-2-5.

Buiten zone 2 mogen 230V wcd’s en ander elektrisch materiaal worden geplaatst en worden aangesloten, ervan uitgaande dat deze eindgroepen in de meterkast zijn beveiligd door een 30 mA aardlekschakelaar (of deel uitmaken van S-, SELV- of PELV-ketens).

66 05Vereffenen in badruimte: groen = beschermings- en vereffeningsleiding, rood = aanvullende vereffeningsleiding.

Vereffening

In een ruimte met bad en douche moeten bereikbare vreemd geleidende delen en metalen gestellen en beschermingscontacten van wcd’s plaatselijk worden vereffend volgens Nen 1010, bepaling 415.2. Met plaatselijk wordt bedoeld dat de verbindingen tussen al deze metalen delen, maar ook de wapening in de betonvloer en dergelijk, moeten plaatsvinden in of direct nabij de bad-of douche ruimte en dus niet via de HAR in de meterkast.
Metalen gestellen zijn de geleidende omhullingen van klasse 1 elektrisch materiaal, zoals de buitenkant van een wasmachine of IR-paneel. Vreemd geleidend delen zijn bereikbare, aanraakbare geleidende delen, die geen deel uitmaken van de elektrische installatie, maar wel op een manier geleidend contact maken met de aarde (via spanten of betonijzer), of de aardrail in de meterkast met een aardingsinstallatie (bijvoorbeeld radiatoren en kranen).
De vreemd geleidende delen en de metalen gestellen moeten met elkaar en het aardsysteem (CAP) worden verbonden met aanvullende vereffeningsleidingen. Het CAP-railtje moet worden verbonden met de beschermingsleiding in de centraaldoos in de ruimte en dus niet (zoals voor 1996 gebruikelijk) op de aardrail in de meterkast.

De aanvullende vereffeningsleidingen moeten een doorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2 als ze volledig mechanisch beschermd zijn, of minimaal 4 mm2 als dat niet het geval is zoals bij het aansluiten op de radiatorklem en kraanklem. Nen 1010, bepaling 701.415.2 en NPR 5310 beschrijven details over de praktische uitvoering van potentiaalvereffening in badruimten.
Als niet duidelijk is of een metalen deel een vreemd geleidend deel is, dan kan de isolatieweerstand worden gemeten tussen het betreffende metalen deel en een beschermingscontact van een nabijgelegen wcd of het CAP-railtje. Is de gemeten weerstandwaarde hoger dan 500 kΩ, dan kan het metalen deel als geïsoleerd ten opzichte van de gebouwaarde worden beschouwd en hoeft het niet te worden vereffend. Is de waarde lager, dan is het wel een vreemd geleidend deel en moet het worden vereffend.

Maximaal vermogen

Voor 2015 moesten toestellen P > 2 kW op een eigen eindgroep worden aangesloten. Nu kunnen meerdere toestellen creatief op één eindgroep worden aangesloten, zolang er maar geen overbelasting optreed bij normaal gebruik (Ptotaal < 3,6 kVA).

Tekst en afbeeldingen: Anton Kerkhofs

In deze rubriek, tot stand gekomen in ­samenwerking met de afdeling Techniek & Markt van Techniek ­Nederland, behandelen wij actuele technische onderwerpen waar installateurs in hun vak mee te maken kunnen krijgen. Heeft u ook een Hot topic? Stuur hem dan naar media@technieknederland.nl.

Lees meer artikelen in het dossier Laagspanningsinstallaties