Zonthermie heeft jarenlang in de schaduw gestaan van warmtepompen en zonnepanelen. Te seizoensafhankelijk, te complex, te weinig rendement — zo luidde het oordeel. Toch hoeft zonthermie geen concurrent te zijn van de warmtepomp. Integendeel: ze kunnen elkaar versterken. Zeker nu elektrisch vermogen steeds schaarser wordt, kan warmte van het dak het verschil maken in rendement, comfort en netbelasting. Twee leveranciers laten zien dat die combinatie er heel verschillend uit kan zien. Triple Solar kiest voor PVT-panelen die jaarrond warmte uit de buitenlucht winnen, terwijl Solesta inzet op vacuümbuizen en thermische opslag voor tapwater en bijverwarming. Wat levert dat op in de praktijk?
Hoe combineren jullie zonnecollectoren en warmtepompen tot één systeem?
Joachim Koot (Triple Solar): Onze PVT-panelen combineren elektriciteitsopwekking met warmtewinning. Aan de achterzijde van het pv-paneel zit een warmtewisselaar die continu warmte onttrekt aan de buitenlucht. Dat gebeurt dus ook ’s nachts en in de winter. De zon verhoogt de brontemperatuur, maar is geen voorwaarde. In combinatie met onze PVT-warmtepomp kunnen we daardoor het hele stookseizoen verwarmen, koelen én tapwater maken.’
Bob de Jong (Solesta): ‘Wij halen warmte van het dak met vacuümbuizencollectoren. Die leveren hoge temperaturen, ook bij lage buitentemperaturen. Die warmte slaan we op in een wateraccu. Van daaruit gebruiken we die energie vooral om tapwater voor te verwarmen, voordat het de warmtepompboiler ingaat.’
Hoe wordt de gewonnen warmte benut binnen het warmtepompsysteem?
Koot: ‘Onze systemen leveren ruimteverwarming, -koeling en tapwater. In utiliteitsprojecten zetten we de panelen ook in voor bronregeneratie. Dat verbetert de jaarrendementen van bodem- of bronsystemen aanzienlijk.’
De Jong: ‘Bij ons ligt de focus op tapwater. Dat is energetisch gezien een zware functie voor een warmtepomp. Als wij dat water al voorverwarmen met zonthermie, scheelt dat direct elektrisch vermogen. Daarnaast kunnen we overtollige warmte in het voor- en najaar inzetten via een extra warmtewisselaar in de retour van de cv-installatie.’
Welke typen collectoren en warmtepompen passen het best bij deze aanpak?
Koot: ‘Wij combineren PVT altijd met een brine/water-warmtepomp. Onze eigen warmtepompen zijn daar specifiek op ontworpen, maar bij grotere projecten werken we ook met andere fabrikaten. Het grote voordeel is dat je geen bodembron nodig hebt en geen buitenunit met geluid en esthetische impact.’
De Jong: ‘Wij kiezen bewust voor vacuümbuizen. Die hebben minder last van omgevingstemperatuur en leveren hogere temperaturen dan vlakkeplaatcollectoren. Een belangrijk voordeel van ons systeem is dat het een waterterugloopsysteem is. Het is dus niet gevuld met het giftige glycol en daarmee onderhoudsarm.’
Welke prestaties zien jullie in de praktijk?
Koot: ‘Met onze PVT-warmtepompsystemen halen we SCOP-waarden tot 5,2, onderbouwd met gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaringen. Dat ligt aantoonbaar hoger dan bij veel traditionele lucht-wateroplossingen.’
De Jong: ‘Bij tapwater zien we grote winst. De warmtepomp hoeft minder elektrisch vermogen te leveren doordat het water al warm binnenkomt. Omdat we ook nog eens restwarmte kunnen gebruiken voor ondersteuning van de verwarming van het huis, levert dit een extra bijdrage aan de totale SCOP, afhankelijk van de gekozen type warmtepomp. De COP van onze Smartline is namelijk 64, omdat we alleen wat stroom verbruiken voor de opvoerpomp.’
Voor welke gebouwen is deze combinatie geschikt?
Koot: ‘Voor elk gebouw dat geschikt is voor een warmtepomp. Voordeel van ons PVT-warmtepompsysteem ten opzichte van andere warmtepomptypes is dat er geen vergunningstraject voor bodemenergie nodig is en je geen buitenunit nodig hebt. Ongeacht het gebouw waar je een systeem plaatst, geldt altijd: Hoe lager de afgiftetemperatuur en hoe beter de isolatie, hoe beter het systeem presteert.’
De Jong: ‘Wij zien vooral kansen in renovatieprojecten. Daar speelt ook mee dat zonthermie in aanmerking komt voor ISDE-subsidie, wat de businesscase verbetert.’
Is installatie en inregeling complex?
De Jong: Ons systeem is relatief eenvoudig. Je maakt in feite een bypass op de koudwaterleiding en eventueel op de retour van de verwarming. Dat maakt de inpassing overzichtelijk.’
Koot: ‘Bij ons systeem is dakwerk én inpandig werk nodig. Installateurs volgen bij ons een training, vooral voor de PVT-panelen. De inregeling zelf is juist eenvoudig: maximale afgiftetemperatuur instellen en tapwatertemperatuur bepalen.’
Wat verwachten jullie in de toekomst van de combinatie zonthermie en warmtepompen?
De Jong: ‘Zonthermie wordt nu onderbenut. Terwijl het juist een hoge energetische opbrengst heeft. Wij denken dat vacuümbuizen, zonder glycol, een herwaardering krijgen zodra installateurs weer vertrouwen krijgen in de techniek.’
Koot: ‘Wij focussen op verdere vereenvoudiging en schaalbaarheid. PVT-warmtepompsystemen moeten net zo vanzelfsprekend worden als andere warmtepompconcepten.’