De inkt van het coalitieakkoord is natuurlijk nog maar nauwelijks droog, en voor veel plannen zal de minderheidscoalitie op zoek moeten naar meerderheden in de Tweede Kamer, maar de eerste voorzichtige conclusie uit het vanmiddag gepresenteerde akkoord is dat het toekomstige kabinet Jetten de installatiesector ziet als een strategische uitvoeringspartner van het klimaat- en energiebeleid.
Van de redactie
Dat is positief nieuws. Het biedt onze sector enorme kansen voor groei, professionalisering en innovatie, maar vraagt tegelijk om een sector die schaalbaar, digitaal vaardig en organisatorisch volwassen is. De belangrijkste paragrafen voor de installatiesector zijn te vinden in het hoofdstuk ‘Op koers voor het klimaat en groene groei’ van het 67 pagina’s tellende coalitieakkoord. In dat hoofdstuk markeert het nieuwe kabinet een duidelijke koerswijziging: klimaatbeleid wordt expliciet gepositioneerd als motor voor economische groei. De energietransitie is niet langer een losstaand milieuproject, maar een kernonderdeel van het verdienvermogen van Nederland.
Verduurzaming loopt vast op fysieke grenzen
De analyse van de beoogde coalitiepartners D66, CDA en VVD is scherp: verduurzaming loopt vast, niet door gebrek aan ambitie, maar door fysieke grenzen – vooral het overvolle elektriciteitsnet. Netcongestie raakt alles: woningbouw, industrie, mkb en huishoudens. Daarom grijpt de overheid nadrukkelijk de regie. Met een Crisiswet Netcongestie, versnelde vergunningen en ingrijpen bij stagnerende projecten wordt het elektriciteitsnet behandeld als vitale infrastructuur van nationaal belang.
Het kabinet kiest voor elektrificatie als hoofdroute voor verduurzaming. Industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving moeten zoveel mogelijk overstappen op elektriciteit, aangevuld met alternatieven waar nodig. De energiemix is bewust breed: wind op zee, waterstof, groen gas, kernenergie en warmtenetten worden parallel ontwikkeld om leveringszekerheid en betaalbaarheid te borgen.
Netbewuste inpassing van duurzame energie
Opvallend is de systemische benadering die het kabinet kiest in het coalitieakkoord: niet alleen méér duurzame energie, maar energie die “netbewust” wordt ingepast. Flexibiliteit, afstemming tussen vraag en aanbod, opslag en capaciteitsmarkten worden net zo belangrijk als duurzame opwek zelf. Energie wordt daarmee een stuurbaar systeem, geen eenrichtingsverkeer meer.
Warmtenetten en warmtepompen
Voor de gebouwde omgeving kiest het kabinet voor helderheid en tempo. Warmtenetten krijgen prioriteit, mede om de druk op het elektriciteitsnet te verlagen. Waar warmtenetten niet logisch zijn, wordt vanaf 2029 gestuurd op hybride en slimme warmtepompen. De door Rutte ingevoerde “normering” waar het kabinet Schoof een streep doorzette, lijkt dus weer terug op de agenda.
Ook voor de huurmarkt legt het kabinet de lat hoog. Slechte energielabels verdwijnen stap voor stap uit de huurmarkt, ondersteund door een Nationaal Isolatie Offensief en gerichte inzet in kwetsbare wijken.
De door Rutte ingevoerde “normering” waar het kabinet Schoof een streep doorzette, lijkt dus weer terug op de agenda.
De onderliggende boodschap in het coalitieakkoord is consistent: groene groei vraagt om schaal, snelheid en uitvoeringskracht. De overheid investeert, regisseert en normeert, met als doel een energievoorziening die schoon, betrouwbaar en betaalbaar is – en die Nederland minder afhankelijk maakt van ondemocratische regimes.