8 januari 2026
Sneeuw en vorst: Zo houd je als installateur een warmtepomp draaiend
Met eenvoudige adviezen kun je veel storingen en servicebezoeken bij een volgende koude periode voorkomen
Winterse omstandigheden zorgen elk jaar weer voor vragen en storingen rond warmtepompen. Veel van die problemen zijn geen technische mankementen, maar het gevolg van opstelling, omgeving of gebruik. Juist daar ligt een kans om je als adviseur te onderscheiden. Met relatief eenvoudige adviezen voorkom je als installateur veel storingen en servicebezoeken bij een volgende koude periode. Jouw klant zal daar blij mee zijn.
De werking van een warmtepomp staat of valt met een ongehinderde luchtcirculatie. Zeker bij sneeuw en vorst kan dit misgaan. Als installateur kun je klanten erop wijzen dat de buitenunit altijd sneeuw- en ijsvrij moet blijven. Wordt de luchttoevoer of -afvoer geblokkeerd, dan daalt het rendement of schakelt de warmtepomp zichzelf uit om schade te voorkomen.
Een buitenunit heeft lucht nodig om te presteren
Opstellingsafstand
Ook de opstellingsafstand verdient aandacht. Buitenunits die te dicht tegen een muur of schutting zijn geplaatst, hebben in de winter extra kans op problemen. De richtafstand van 20 tot 25 cm vanaf de muur is geen detail, maar essentieel voor een goede luchtstroming. Te korte muurbeugels of een ‘strakke’ plaatsing kunnen zich bij vorst direct wreken.
Sneeuw, ijs en afwatering
Condens- en smeltwater rond de buitenunit moeten altijd goed kunnen weglopen. Wanneer water zich ophoopt en opnieuw bevriest, kan dit de ventilator of de luchtstroom blokkeren. Dit leidt regelmatig tot storingsmeldingen die eenvoudig te voorkomen zijn.
Laat de warmtepomp aan tijdens wintersport?
Een terugkerende misvatting bij gebruikers is dat de warmtepomp bij afwezigheid volledig uit kan. Bijvoorbeeld als zij lekker op wintersportvakantie gaan. Bij met name monoblock-warmtepompen kan dit juist leiden tot bevriezing van leidingen en kostbare schade. Leg uit dat warmtepompen anders functioneren dan traditionele cv-installaties. Ze werken op lage temperatuur en zijn bedoeld om een woning geleidelijk en constant te verwarmen. Grote temperatuurschommelingen – bijvoorbeeld ’s nachts ver terugregelen of het toestel uitzetten in de vakantie - gaan ten koste van comfort en rendement.
4 adviezen voor een installateur
Volgens Techniek Nederland functioneren warmtepompen ook in deze vorstperiode over het algemeen probleemloos. Dat onderstreept de toegenomen kwaliteit van installaties én de vakbekwaamheid van erkende installateurs. Tegelijk blijft goede uitleg aan de eindgebruiker cruciaal om storingen te voorkomen.
- Loop bij bestaande installaties na of de opstelling voldoet en bespreek bij nieuwe projecten expliciet waarom die afstand nodig is;
- Wijs de klant erop dat hij bij sneeuwval zelf de directe omgeving van de buitenunit sneeuwvrij kan maken en controleer of de afwatering bij plaatsing en onderhoud voldoende is;
- Benadruk dat de warmtepomp bij strenge vorst altijd in bedrijf moet blijven, ook tijdens vakantie of wintersport. Een minimale warmtevraag voorkomt bevriezingsrisico’s;
- Leg uit dat één à twee graden nachtverlaging meestal voldoende is. Een constante temperatuur levert in de praktijk het beste resultaat op.